Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan knopvariatie te danken zijn. Enkele gevallen ervan wil ik hier bijeen voegen. Een onzeker geval, dat mij toeschijnt eerder op partiëele dan op knopvariaties te berusten, wil ik laten voorafgaan: aan een grooten bol, die rose roode bloemen droeg, zaten een paar kleine bollen, waarvan de een roomwitte, rose gestreepte bloemen droeg, de andere bleek zalmkleurige (Gard. Chron. 1885 I p. 482); blijkbaar hebben hier de ongunstige voedingsvoorwaarden een vermindering der bloemkleur tengevolge gehad. In een geval van knopvariatie, door Carrière vermeld (Prod. et fix. p. 57), waarin aan de var. L'ami du coeur, met blauwe enkele bloemen, plotseling een tros met wijnroode bloemen en een met lichtrose optraden, blijft laatstgenoemd kleurverschil blijkbaar ook binnen de grenzen der partiëele variabiliteit.

Een paar gevallen, waarin de vorm der bloemen door knopvariatie veranderen, zijn de volgende: uit de var. La Grandessa, met witte enkele bloemen, ontstond de dubbelbloemige witte varieteit van denzelfden naam (Gard. Chron. 1896 II p. 183); uit de roode enkele var. Acteur een dubbelbloemige, ook rood gekleurd (Carrière, Prod. et fix. p. 57). De dubbele roode var. Red Star ontstond in 1903 uit de roode enkele var. Général Péllissier (Floralia, 1904 No. 24).

Een groep van andere gevallen betreft het bloemkleurkenmerk. Uit de dubbele witte var. Sultan Achmed ontstond de dubbele blauwe Globe Terrestre (Carrière, Prod. et fix. p. 57); omgekeerd uit de enkele blauwe Queen of the Blues een witte knop-

Sluiten