Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat hier geen partiëele variabiliteit in 't spel is. Een dergelijk geval is blijkbaar een door Gaudichaud vermelde afwijking, waarbij aan een ent van de var. Bon Chrétien twee soorten vruchten verschenen, de karakteristieke en andere, van meer trapezoïden vorm en korter van steel, met een dikker, ruwer schil (Compt.-Rend. T. XXXIV séanc. 17 Mai). Een paar andere gevallen, waarin blijkbaar ook een varieteit met grover vruchtschil vegetatief ontstond, zijn door Carrière opgenoemd (Prod. et fix. p. 38): de var. St. Germain gris is langs vegetatieven weg uit de var. St. Germain ordinaire ontstaan, de var. Messire Jean gris uit de var. Messire Jean jaune; in beide gevallen betrof het verschil de kleur en de schil der vrucht.

In een laatste geval, waarin met een verschil in het uiterlijk der vruchten een verschil in smaak gepaard ging, is er eenige mogelijkheid, dat wij te doen hebben met het verschijnsel, dat een door uitwendige omstandigheden veroorzaakte afwijking ook in andere kenmerken verschillen doet optreden. Op een paar boomen van de var. Doyenné galeux, door sappige, geurige vruchten met grove schil gekenmerkt, vroren de bloemen van den eersten bloei dood; daarna ontwikkelden zich zomerbloemen, die een zestal vruchten opleverden, in smaak en uiterlijk der schil geheel met de var. Gros Doyenné blanc overeenkomend, in vorm ongeveer met de Bon Chrétien; de witte Doyenné is door weinig smakelijke, maar uiterlijk fraaie, fijnschillige vruchten gekenmerkt (Dureau de la Malle, Compt, Rend. T. XXXXI [1855] p. 804). Aan de var. Duchesse d'Angoulème werd

Sluiten