Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Viola.

Bij de in den tuinbouw gekweekte varieteiten van viooltjes komt het dikwijls voor, dat de bloemkleur sterk afhangt van de uitwendige omstandigheden. Zulke partiëele variaties zijn soms moeilijk van knopvariaties te scheiden. Droog warm weer heeft dikwijls tengevolge, dat de purperkleurige strepen en randen, die eenige varieteiten kenmerken, op den achtergrond treden; in goeden grond wordt de kleur sterker; zelfs kunnen varieteiten, die in slechten bodem ongekleurde bloemen dragen, in beteren overgeplant, blauwe of paarse bloemen leveren (Gard. Chron. 1896 II p. 222). Uit een korte mededeeling in the Gard. 1896 II p. 76 schijnt te blijken, dat de var. Sheelake, door zachtrose bloemen met paarsrood hart gekenmerkt, dikwijls bloemen draagt, wier onderste petalen die kleur bijna geheel missen.

De gevallen van knopvariatie, die beschreven zijn, betreffen steeds weer de bloemkleur. Soms hebben wij te doen met gevallen, waarin het verschil tusschen dc bloemen van knopvariatie en oorspronkelijke plant slechts bestaat in 't bezit van één kleur minder: zoo b.v. kwamen aan eenzelfde plant twee bloemen voor, waarvan de een zuiver wit was, met purperen vlekken op de onderste petalen en een geel oog; de andere bloem was iets grooter, warm bruinpurper met donkerder basale vlekken op de petalen en een oranje oog (Gard. Chron. 1886 I p. 625). Het verschil berust hier op aanwezigheid en gemis van de roodbruine kleurstof. In een ander geval verdween de kleur niet volkomen, maar vond men naast een effen

Sluiten