Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste opname.

I. De absolute waarden der R.T. berekend volgens Kraepelin schommelen gedurende het eerste verblijf van 1(39 tot 268 t.

Het stijgen van de waarde gedurende den laatsten tijd van zijn verblijf viel juist in de periode van beterschap. Met het gebruik van medicamenten staat het niet in verband. Het is dus waarschijnlijk, dat de eerste tijden met zijn exaltatie in verband staan, terwijl de laatste groote waarden berusten op reactieve depressie, zooals ook uit zijn redevoeringen uit den laatsten tijd bleek. Een andere verklaring zou misschien de uitputting zijn, die na zoon zware affektpsychose terugblijft.

II. Het verschil tusschen sens. en mot. reactietijden is zeer klein.

III. De verhouding van Fechner's en het aritm. gemiddelde geeft in dit geval geen aanleiding tot opmerkingen.

T V. De gemiddelde variatie is ook toegenomen over 't algemeen. Het schijnt hier toch, dat de affecttoestand of uitputting op de G. V. minder invloed gehad heeft, dan op de R. T. zelf.

Het maximum is: 41.

„ minimum „ 21.

\. \ an vermoeidheid en oefening is weinig gebleken. Uit het feit; dat de vermoeidheid zoo weinig zich voordoet, zal men moeten besluiten, dat alleen de reactieve depressie oorzaak is, dat de R.T. uit den laatsten tijd verlengd zijn.

Ticeede opname: 28/7 1903.

Hoofdsymptomen: Affectaandoeningen van verschillende qualiteit.

eerst treedt de angst meer op den voorgrond, dan eene afwisselende

stemming; — de overhand houdt de exaltatie, — weer dezelfde Waandenkbeelden en een enkele hallucinatie. Geringe incohaerentie.

Y e r 1 o o p: Langzame beterschap.

i. De absolute waarde van de reactietijden, berekend volgens Kraepi'I.in' schommelen van 163 c tot 120.

Het kleiner worden van de tijden in den laatsten tijd in tegenstelling met de eerste opname staat in verband met den veranderden psychischen toestand van den patiënt. Werd patiënt opgenomen met een nagenoeg uitsluitend depressieve stemming, langzamerhand verdween deze gedeeltelijk, en kwamen exaltatietoestanden voor, zooals ook met de meening van patiënt zelf overeenkomt. „Gemoedstoestand twijfelachtig".

De tijd van een reactieve depressie was nog niet aangebroken, toen hij voor 't laatst onderzocht werd. De veel geringere incohaerentie is ook ten deele oorzaak, dat de tijden na de tweede opname kleiner zijn dan na de eerste.

II. Het verschil tusschen sen. en mot. reactietijd is zeer klein.

TIL Het FECHXER'sche en arithm. gemiddelde wijken slechts weinig af.

Sluiten