Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. De reactietijden schommelen berekend volgens Krakpelik tusschen 147 en 104 ?. Een schommeling die waarschijnlijk grootendeels afhankelijk is van het optreden der hallucinaties, omdat andere invloeden niet te constateeren waren. De absolute waarden zijn normaal.

II. Het gemiddelde van alle S. 11.t. bedraagt 139 rr.

„ „ „ » M. R.t. „ 112 <r.

III. Het FECHNER'sehe gemiddelde is steeds kleiner, het arithmet. steeds grooter.

IV. De gemiddelde variatie schommelt sterk. Het is waarschijnlijk dat de invloed van de hallucinaties grooter is ook in dit geval op de gemiddelde variaties dan op de reactietijden zelf. De absolute waarden zijn groot.

Voor de M. R. bedraagt het maximum 28.

„ „ „ „ „ „ minimum 14.

„ „ S. R. „ ,. maximum 52.

„ „ „ „ „ „ minimum 24.

Hier zijn dus de gemiddelde variaties in verhouding grooter voor de sens.-reacties dan voor de musculaire. Het is dus hetzelfde wat we bij normalen constateeren, met dat onderscheid dat hier alle waarden sterk vergroot zijn.

V. Het optreden der hallucinaties is ook hier een der redenen waarom het bestaan van oefening of vermoeidheid niet met zekerheid is vast te stellen.

Patiënt: Hl

Ouderdom: 31 jaar. Ongehuwd. Landbouwer.

Begin der psychose: in het jaar 1893.

Opgenomen in de kliniek: 1 Juli 1903.

Gedurende het verblijf in de kliniek treden slechts sporadisch acust. hallucinaties op. Een waansysteem heeft zich niet gevormd. Pat. is zeer prikkelbaar en nooit aggressief tegen zijn omgeving, wantrouwt wel iedereen. Pat. spreekt weinig en laat zich zelden uit over zijn hallucinaties. Of er een gering aangeboren intelligentiedefect bestaat is zeer moeielijk uit te maken.

Diagnose: Paranoia hallucinatoria chronica.

Verloop: Stationair.

Sluiten