Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Berekeningv.d. : Berekening van de geheele serie. I li lste helft.; 2de helft.:

Datum.

Tyd.

Aantal.

Musculair

Sensorieel.

Kreapelin's gemiddelde.

Fechner'8 gemiddelde.

Arithmetisch gemiddelde.

Kraepelin's gemiddelde variatie.

Kraepelin's gemiddelde.

Arithmetisch gemiddelde.

Kraepelin's gemiddelde.

Arithmetisch gemiddelde.

Te vroege reactie.

3/7 1906 TJL 1|* 48 S. 197 198 247 41 199 1 235 194 260 — —12

8/7 1903 n.m. 330 49 S. | 199 194 258 46 294 j 320 179 192 ! — — 1

9/7 1903 n.m. 1™ 50 M. 152 161 185 31 159 173 134 198 — — 1

14/7 1903 I v.m. 9« 50 S. j 157 151 174 30 168 ! 179 151 168 — — 1

15/7 1903 v.m. 10*5 50 M. 149 147 163 22 163 j 188 128 137 — — 1

16/7 1903 v.m. 9 54 S. 140 129 176 22 168 j 216 131 141 — — 2

17/7 1903 v.m. 10so 105 8. 124 129 127 9 123 | 138 119 122 125 1201) l

19/7 1903 v.m. 9 50 M. 133 136 129 12 136 j 135 126 123 — — 6

20/7 1903 v m 9« ï30 M" 130 136 148 13 - I - - - - - 2

"u/' iyUd v"m' 9 l 30 S. 122 108 146 15 | — — — — — — —

03/7 1903 vm _ f 30 S. 148 151 146 8 ------ 9

" lyUd ^-m.— [ 30 M. 144 142 140 7 — — — — — — —

„O,™ 035 < 30 M. 133 141 131 8 — — — — — — 9

3/81903 v.m. 9 | 30 g_ 132 147 121 i 12 — ! — — — — — —

5/8 1903 vmll" 17 M" 117 113 121 13 ------ 8

o/a ï.xj.i v.m. U j 15 s_ 128 U3 136 04 — 1 — — — — — —

10/8 1903 j v.m. II30 55 M. 116 115 110 j 16 , 124 j 118 110 100 ,j — — 21

I. De absolute waarden schommelen tusschen 199 en 11G v. Het is waarschijnlijk, dat de langzame daling niet alleen afhankelijk is van de oefening, maar dat de patiënt in staat is ondanks zijn hallucinaties en waandenkbeelden automatisch de reageerende beweging uit te voeren. Dit wordt bevestigd: primo door de afwezigheid van het onderscheid tusschen de S. en M. reactie, secundo door het steeds meer optreden der te vroege reacties. Dat in de eerste reeksen grove oefening in 't spel zou zijn valt te betwijfelen, omdat deze niet in de eerste serie aanwezig is. De absolute waarden zijn normaal.

II. Het onderscheid tusschen de musculaire en sensorieele reactietijden is niet constant aanwezig.

III. 't FECHNER'sehe gemiddelde, geeft weinig reden tot opmerkingen. Het arithmetisch gemiddelde, dat in 't begin der proeven steeds grooter is, wordt in de laatste series zelfs in vele gevallen kleiner. Dit feit maakt het boven beweerde zeer waarschijnlijk.

IV. Ofschoon het kleiner worden der reactietijden gepaard gaat met een afnemen der gemiddelde variatie, blijven hier de schommelingen nog zeer groot. Deze schommelingen kunnen deels berusten op te vroege reacties, doch zijn voornamelijk afhankelijk van den psychischen toestand van den patiënt.

Het maximum bedraagt 46. Het minimum 7.

V. Bijna in iedere serie wordt oefening gevonden.

i) Deze serie werd berekend in drie gelijke deelen.

10

Sluiten