Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Patiënte: Chr. M. Viss. ..

Ouderdom: 37 jaar. Ongehuwd.

Begin der psychose: in 1897.

Opgenomen in de kliniek: 17 4 1903.

Pat. spreekt bijna geen woord, fixeert vaak, met een angstig gezicht, gedurende eenigen tijd, een bepaald punt. Hoort meestal dreigende stemmen, die echter zeer sporadisch zijn. Een waansysteem bestaat niet duidelijk. Geen intelligentiedefect.

Diagnose: Paranoia chronica hallucinatoria.

Verloop: Stationair.

Berekening v. d. jj I Berekening van de gelieele serie. |j 1 ïste helft, j 2de helft.

Datum.

Tijd. Aantal.

Musculair, öensorieel.

j Kraepelin's ' gemiddelde.

Fechner's gemiddelde.

Arithmetisch i gemiddelde, j

Arithmetisch gemiddelde variatie.

Kraepelin's gemiddelde.

Arithmetisch 1 gemiddelde.

Kraepelin's | gemiddelde.

Arithmetisch gomiddelde.

24/4 1903 v.m. 11 60 S. 597 621 584 121 514 568 | 618 600

25/4 1903 v.m. 11"' 40 S. 464 405 492 103 492 543 ! 411 442

26/4 1903 v.m. 915 45 S. 524 513 556 122 548 596 521 523

27/4 1903 v.m. 12 40 S. 491 351 485 i 96 ! 505 501 467 469

2/5 1903 v.m. 10»« 49 S. 484 459 518 102 496 512 479 518

8/5 1903 n.m. 3 50 S. 406 405 428 81 454 458 396 39&1)

22/5 1903 v.m. 11® 28 S. 500 459 523 68 — — — —

24/5 1903 v.m. 9 58 M. 506 526 | 540 48 | 532 586 4S9 493»)

4 Waarschijnlijk halluc. 2) Totaal mutisme.

I. De reactietijden schommelen, berekend volgens Kraepf.lin, tusschen 597 en 406 cr. Het schommelen van de tijden en de groote waarde der eerste serie berusten op het optreden van hallucinaties en waandenkbeelden. Nadat eerst de absolute waarden langzaam afnemen, ziet men in de laatste series de tijden plotseling toenemen. Medicamenten of voeding enz. hebben dit niet tengevolge gehad kunnen hebben. Het moet dus in verband staan met de hallucinaties of eene primaire associatieve' remming. Hiervoor pleit sterk het totale mutisme. De absolute waarden zijn zeer groot.

II. Het verschil van S. en M. reactietijden kan niet aangegeven worden, omdat we slechts over eene serie musculaire reacties beschikken.

III. Het fecunek'sche gemiddelde wijkt in sommige series sterk van het kraepelin'sche gemiddelde af. Het arithmetische gemiddelde geeft steeds hoogere waarden aan.

IV. Tot mijn spijt is in dit geval voor de gemiddelde variaties niet de gewone manier van berekening gevolgd. Conclusies zullen we voorzichtigheidshalve niet mededeelen.

V. Met uitzondering van de eerste reeks is in alle overigen de invloed van de oefening te bespeuren. Natuurlijk is 't mogelijk, dat in zulke gevallen als deze de oefening een soort mechanisatie is of een automatisch worden van de reactie.

Sluiten