Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. Het blijkt, dat de eerste reeks door gebrek aan oefening verkregen is. de overige tijden, berekend naar Kraepelin, schommelen tusschen 83 en 154 <r.

De kleine tijden worden dan verkregen, als patiënt juist wegens <*n aroomtoestand in de kliniek wordt opgenomen. Na 2 Juli, als patiënt weer volkomen helder is, worden de tijden weer gelijkma ig. Men vindt ook dan nog hier en daar zeer kleine tilden zooals op 6 Juni. " '

Het is mogelijk dat de eigenaardige manier van reageeren invloed op eze waarden heeft uitgeoefend. A priori is dat niet aan te nemen, aar, al hebben de waarden alleen maar een relatieve beteekenis, ae invloed over alle waarden dezelfde moet zijn. Het is dus WaflrSiC 'nli'k'dat de droomtoestand met de daarmee gepaard gaande pat hol. psychische toestand de oorzaak moet zijn. De waarden na en op 6 Augustus verkregen, zijn volgens de gewone, door alle patiënten uitgevoerde reageerende beweging verkregen. Deze waarden zijn iets hooger dan het gemiddelde van de andere. Uit kan ontstaan zijn of door het optreden der aanvallen en de psychische veranderingen, die daarmede gepaard gaan, óf, omdat «etening nog niet de maximale was. Dit laatste is echter zeer onwaarschijnlijk.

Dat de aanvallen zelf hierop weinig invloed hebben, bewijst, rtat de toename der R.t. niet proportioneel is aan de toename der toevallen, soms zelfs neemt men waar een toename der toevallen met een afname der tijden gepaard gaat. Zoo heeft ook de droomtoestand van 9 Aug. geen invloed meer op de R.t. van den ^ o genden dag. Interessant is hier, dat gedurende een langdurigen, «terken droomtoestand de reactietijden niet verlengd zijn, en nu en dan zelfs zeer klein kunnen genoemd worden.

II. Het onderscheid tusschen sens. en mot. reactietijd is gedurende de laatste onderzoekingen normaal.

III. t FECHNER'sche gemiddelde geeft geen reden tot opmerkingen; t arithni. gemiddelde is bijna steeds eenige rr grooter.

IV. De gemiddelde variatie is gedurende de eerste en de laatste flroomtoestanden sterk aan schommelingen onderhevig. Kleine en groote waarden wisselen elkander af.

Het maximum der absolute waarden bedraagt 40 <r. » minimum „ „ „ „ 9 g-,

V. Oefening en vermoeidheid wisselen zeer.

VI. Later komen we nog op de waarden terug die betrekking hebben op den invloed der verschillende methoden van reageeren.

ier zijn deze buiten bespreking gelaten en tevens bij de opgave der absolute waarden niet medegeteld.

Sluiten