Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijna geen afwijking vertoont van de 3d0 of 4d0 reeks, mits de reageerende beweging goed uitgevoerd en de serie niet te klein is.

Een andere vraag, die van niet minder belang is, betreft de methoden, die we steeds voor het berekenen van de absolute waarden aanwendden. Het bleek, dat geen merkbaar onderscheid kon geconstateerd worden wat de wijze van berekening betreft, zoodat de waarden berekend volgens Fechner en de methode van het arithmetische gemiddelde, geen merkbare afwijkingen vertoonden van het kraepelin'sche gemiddelde; maar ook, dat de waarde, aangegeven door den hoogsten top in de curve zeer weinig verschilden met het KRAEPELiN'sche gemiddelde, zelfs voor de personen uit tabel B, zoodat 't ons eigenlijk overbodig toeschijnt, nog andere berekeningswijzen toe te passen. Vaak bedroeg het onderscheid der verschillen tusschen den sen. en mot. reactietijd van de doctorandi, zooals de waarden, door de curve aangegeven en die in de tabellen zyn opgenomen, doen zien, iets meer dan voor de andere personen, waarvoor zooals gebleken is, 't onderscheid zeer gering was.

We hebben gezien, dat de gemiddelde variatie tot nu toe door alle onderzoekers werd uitgedrukt door bet arithmetische gemiddelde der enkele variaties. Wij gaven bij ons onderzoek er de voorkeur aan, ook hier van het KRAEPELiN'sche gemiddelde gebruik te maken, toch moeten, als we de waarden, die we bij normalen gevonden hebben, vergelijken met die welke we bij verschillende krankzinnigen verkregen, waarbij de opmerkzaamheid zoozeer gestoord was, terwijl de cijfers zoo weinig met de eerste verschilden, er wel toe besluiten, dat het zeer gevaarlijk is, voor een gegeven individu de Ivraepelin gemiddelde variatie als absolute maat voor zijn opmerkzaamheid te laten dienen.

Iets anders is 't als we een gemiddelde opmerkzaamheid voor 'n aantal, tot denzelfden trap van ontwikkeling behoorende individuen, willen bepalen, dan blijkt uit onze tabellen duidelijk, dat er een onderscheid te vinden is.

Sluiten