Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds bij 20" werd de eenigszins gele tint van het citraat donkerder. Bij 65° was de tint bruin; door telkens schudden werden alle deeltjes van het poeder zooveel mogelijk aan de werking van de waterstof blootgesteld. Na ongeveer 2 a 3 uren tot op 90" te zijn verwarmd, werd de stof ') in water gebracht, waardoor eene zeer geringe hoeveelheid tot eene wijnroode vloeistof oploste. Door de opgeschudde, fijne deeltjes leek de vloeistof troebel; na eenigen tijd gestaan te hebben werd ze helder en opaliseerde niet merkbaar meer. (Misschien is deze wijnroode vloeistof een kolloidale oplossing, wat men hieruit zou kunnen afleiden, dat een druppel zoutoplossing in een proefje ervan, eene troebeling deed ontstaan: na eenigen tijd bezonk een fijn bruin precipitaat). Voegde men nu ammonia in geringe hoeveelheid (een 5-tal druppels geconcentreerde ammonia op ± 5<X) cc. vloeistof) toe, dan ging er meer van de vaste stof in oplossing! men zag, indien voldoende water en ammonia aanwezig was, de vaste stof verdwijnen en eene roodbruine oplossing ontstaan.

Deze sol was nog zeer onzuiver. Want als ik bij een proefje ervan een druppel chloorbarium oplossing voegde, dan ontstond na eenigen tijd een neerslag van een vuile, niet te beschrijven kleur.

Om deze onzuiverheden te verwijderen, filtreerde ik eerst deze vloeistof van de onopgelost gebleven stof af, en dialy-

') Deze stof, die ten slotte nagenoeg zwart was, heb ik op haar zilvergehalte onderzocht. Daartoe werd 1.7138 gram met sterk salpeterzuur behandeld; onder ontwikkeling van nitreuze dampen, kleurde de stof zich geelachtig en loste bij verwarmen op het waterbad na eenigen tijd op. De overmaat salpeterzuur werd weggedampt, de rest in water opgelost en het zilver hierin met zoutzuur neergeslagen. Zoo werd een zilvergehalte van 63,34% gevonden, terwijl zilvercitraat <>3,15% zilver bevat.

Bij 90° vluchtige producten zijn dus bij de reductie bijna niet gevormd. Onder de microscoop vertoonde het reductieproduct witgele punten; bij goed fijnwrijven in een mortier werd een onder de microscoop homogeen poeder verkregen, dat, hoewel 't volkomen droog was, sterk aan de mortier kleefde. Waarschijnlijk werd dit veroorzaakt door bij de reductie gevormde harsachtige producten; de witte puntjes waren natuurlijk van nog niet gereduceerd zilvercitraat.

Sluiten