Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiermede zijn enkele omstandigheden, die van invloed zijn op het coagulatiepunt, nader besproken.

Thans zal ik de bepaling van het begin ot het eind der coagulatie en de moeilijkheden, die zich daarbij voordoen, aan eene nadere beschouwing onderwerpen.

Het is duidelijk, dat de wijze waarop het begin oi het eind der coagulatie wordt waargenomen, in de eerste plaats af zal hangen van den aard van den sol. Nemen we als voorbeeld een sol van zwavelarsenicum en titreeren wij dezen met eene zoutoplossing. Het begin der coagulatie zal zich verraden, doordien de sol troebel wordt; dit punt juist te bepalen is niet gemakkelijk; wordt meer zoutoplossing toegevoegd, dan zullen de zwavelarsenicuindeeltjes zich vereenigen tot vlokken en het eind der coagulatie is bereikt, wanneer de vloeistof daartussclien duidelijk helder is geworden. Dit is bij den zwavelarsenicumsol niet zeer moeilijk waar te nemen; bij den zilversol evenwel, die door Lotermoser en von Meyer 'j is onderzocht, kan t eindpunt niet op deze wijze worden bepaald, daar de zilverdeeltjes zich niet tot snel bezinkende vlokken vereenigen. Genoemde onderzoekers namen daarom telkens, indien ze het eindpunt meenden bereikt te hebben, een druppel uit het mengsel van sol en zoutoplossing en brachten hem op filtreerpapier. Zoodra de vloeistof kleurloos uitvloeide onder achterlating der zilverdeeltjes, werd aangenomen, dat het eindpunt was bereikt. De bepaling van dit eindpunt was dus moeilijker dan die van het beginpunt, dat zich door den reeds beschreven

kleuromslag verried.

Bij het op deze wijze gevonden eindpunt der coagulatie van den zilversol is het duidelijk, dat al het kolloid neergeslagen was.

Volkomen coagulatie was dus bereikt. Niet altijd evenwel is deze te verkrijgen. Een voorbeeld van^een sol, waarbij het niet gelukte alles af te scheiden is de zwavelsol, die door Stingl en Morawskia) onderzocht is. Al had zich tegen het einde der coagulatie de zwavel in vlokken vereenigd,

') L.c.

Joum. f. pract. chem. [2] 20, 101.

Sluiten