Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Picton ') eenige waarnemingen zijn verricht. Men kan zich de vraag stellen of de werking van mengsels van zouten additief is. Voegt men bijv. bij een bepaalde hoeveelheid sol een aantal cc. zoutoplossing, niet voldoende voor totale coagulatie, dan kan men met behulp van Einder en Picton's uitkomsten voor de werking van zouten op zichzelf berekenen, hoeveel cc. eener andere zoutoplossing noodig zal zijn om de totale coagulatie te verkrijgen. Stel voor de totale praecipitatie van eene bepaalde hoeveelheid sol zijn noodig 5 cc. chlooraluminiumoplossing, Eerst worden 3 cc. toegevoegd; er volgt geen praecipitatie; in de Tabel VII heeft men gevonden dat 1 cc. chlooraluminiumoplossing hetzelfde verricht als 21.3 cc. chloorcalciutnoplossing, die dezelfde concentratie in moleculen bezit. Indien dus nog 2 X 21,3 cc. chloorcalciumoplossing worden toegevoegd zal al 't zwavelarsenicum worden neergeslagen. I)e proef echter doet zien dat dit niet gebeurt, en dat meer dan -42,(5 cc. chloorcalciumoplossing noodig zijn om de praecipitatie te voltooien.

Heeft men daarentegen eerst cadmiumsulfaatoplossing toegevoegd en daarna met chloorcalciumoplossing de praecipitatie willen voltooien, dan blijkt, dat daarvoor de berekende hoeveelheid voldoende is. Hetzelfde geldt nu wanneer we twee zouten nemen van monovalente metalen of twee zouten van trivalente. Een enkel voorbeeld diene ter opheldering: 2 cc. chloorammoniumoplossing worden bij 2(5 cc. zwavelarsenicumsol gevoegd; deze brengen geene onmiddellijke coagulatie te weeg; voegen we nog 2.40 cc. zoutzuur bij dan vindt dadelijk coagulatie plaats. Berekening leert dat 2,50 cc. noodig zijn. Bij zouten van gelijkwaardige metalen zou dus de werking additief zijn bij die van ongelijke waarde daarentegen niet.

Bij nader inzien evenwel zijn tegen deze uitkomsten van Linder en Picton vele bezwaren aantevoeren. Het voornaamste bezwaar is m. i. dat bij de proef met een mengsel van chlooraluminium en chloorcalcium bijv. de invloed der verschillende verdunningen op den voorgrond treedt en daardoor het niet-additief verloopen van het proces kan veroorzaken.

') Journ. chem. soc. Vol. 67, bl. 63 (1895).

Sluiten