Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tabel XIX.

Werking van electrolyten op den zilversol volgens Bredig.

Zodt. a. b. | c.

____| i

KN03 363 36663 27,33 Gehalte van

Ba(N01), 33333 8699913 0,114 de sol ± 40

CuSO, 333333 531666135 0,019 mgr.per Liter.

BaCl 14286 2971488 0,338

Uit deze enkele waarnemingen met den sol van Bredig valt weder af te leiden, dat de valentie van het kation van zeer grooten invloed is. Vergelijken we het kaliumnitraat met het liariumnitraat met resp. grensconcentraties van 27,33 en 0,114, dan is dit duidelijk. Opmerkelijk is evenwel, dat het chloorbarium vergeleken bij 't bariumnitraat en 't kopersulfaat zoo zwak werkt.

Resumeeren we 't geen we uit de besproken tabellen hebben afgeleid dan komen we tot het volgende:

In de eerste plaats is duidelijk gebleken dat de coaguleerende werking van een zout samenhangt met de valentie van het kation en wel in dien zin, dat met toenemende valentie ook de coaguleerende werking toeneemt. Het sublimaat en het chloorlood onderscheiden >ich echter door eene bijzonder sterke coaguleerende werking zooals ook door Linder en Picton voor deze zouten bij den zwavelarsenicumsol is gevonden.

In de tweede plaats blijkt, dat de invloed van 'net anion, hoewal duidelijk merkbaar, zeer gering is. Onder de anionen nemen de halogeenionen en wel in het bijzonder het chloorion eene bijzondere plaats in, doordat ze aanleiding geven tot eene chemische reactie, die het bepalen der juiste grensverdunning bemoeilijkt en eene vergelijking met andere anionen in den weg staat. De grensverdunning voor zouten met lialogeenanionen zijn in den regel zeer groot.

Sluiten