Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkbaar is, dan is 't duidelijk, dat de getallen van vroegere waarnemers voor den bepaalden sol vastgesteld, strikt genomen niet onderling vergelijkbaar zijn. Ook mijne eerste waarnemingen zijn genomen zonder nauwkeurig op den tijd, die tusschen de verschillende bepalingen verliep, te letten. Daar ze evenwel betrekkelijk kort na elkaar zijn gedaan en niet groot in aantal zijn, is de invloed van den tijdfactor waarschijnlijk niet overwegend.

Z). Vergelyking der grensconcentraties bij verschillende sols verkregen. Invloed van het gehalte van een sol.

Ten slotte wil ik nog de gevolgtrekkingen mededeelen, die men kan maken uit eene vergelijking der tabellen onderling.

We zien in de eerste plaats, dat er onder de onderzochte sols nagenoeg geene zijn, die voor 't een of ander zout dezelfde gevoeligheid hebben. Groote verschillen bestaan tusschen sol L, en sol L,. In tabel X vindt men voor chloornatrium de grensconcentratie 36,92, in tabel XI 0,37. Vergelijkt men in tabel XIII voor sol M, de grensconcentratie van kopersulfaat 4.87, met die voor den sol naar Bredig tabel XIX, dan verschillen deze aanmerkelijk (resp. 4,87 en 0,019.

Soms vindt men overeenstemming bijv. tusschen sol L, (tabel X) en sol M, (tabel XIII): 't mangaansulfaat heeft voor beide sols resp. grensconcentraties van 0.69 en 0,67 nagenoeg aan elkaar gelijk. Ook sol M.2 heeft voor dit zout eene weinige afwijkende grensconcentratie nl. 0,43.

Opmerkelijk is, dat sol L, en sol Ma bij gelijk zilvergehalte alleen in hunne gevoeligheid voor mangaansulfaat overeenkomen, en wat hunne gevoeligheid voor sublimaat aangaat, aanzienlijk verschillen. Over 't geheel genomen zou men wat de laatste zouten betreft sol L, gevoeliger moeten noemen dan sol Ma.

Bij vergelijking van tabel XI met tabel XV valt in 't oog, dat hoewel sol La en sol M3 in hunne gevoeligheid voor chloornatrium grensconcentraties van dezelfde orde bezitten

Sluiten