Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weder vorming van grootere complexen plaats vinden, enz.

Niet zeer begrijpelijk is bij deze opvatting, hoe die con satie-werking der ionen plaats vindt. Wanneer men bij een zilversol zilvernitraat voegt, zullen in de eerste plaats de ionen door de zilverdeeltjes uitgezonden, verminderen, maar waarom condenseeren zich nu de zilverdeeltjes rondom de bijgevoegde zilverionen ? waarom niet om de door de zilverdeeltjes zelve uitgezondene? M.i. had Billitzer meer nadruk moeten leggen op 't feit der beweging der soldeeltjes in een electrisch veld.

Volgt men nl. bij een sol een electrolyt, dan ontstaat er in de vloeistof tusschen de ionen waarin de electrolyt zich splitst, een krachtig electrisch veld. In dit electrisch ve d zullen zich de kolloiddeeltjes gaan bewegen en wel naar het ion, dat een lading draagt tegengesteld in teeken aan die van de kolloiddeeltjes. Niet alleen werkt dus het eene ion als verzamelkern des te sterker naarmate de valentie nooger is, maar ook 't andere ion oefent eene bepaalde werking uit, bestaande in het uiteendrijven der kolloiddeeltjes en het ondersteunen van de] beweging naar het andere ion. Het kan nu zeer goed gebeuren, dat een aantal kolloiddeeltjes samentreffen op een punt, waar het ion, dat als verzamelaar werkt, juist is geweest, in aanmerking genomen de veel grootere snelheid van het ion, vergeleken met die der aanzien'ijk grootere kolloiddeeltjes. Het kan door^ die botsing gebeuren, dat de deeltjes bijeenblijven, indien de cohesie de electrische afstooting overwint, of indien capillaire krachten de overhand behouden. Daarnaast zullen zich complexen vormen van meerdere ionen met kolloiddeeltjes, zoodat de complexen die bezinken, deels isoelectrisch met de omringende vloeistof zullen zijn, deels een potentiaalverschil zullen bezitten, zoodat m. i. het coagulum niet isoelectrisch met de omgevende vloeistof behoeft te zijn. Hardy's proeven met kiezelzuur en eiwit gecoaguleerd en uitgewasschen, kunnen niet als bewijs hiervoor worden aangezien.

Beschouwen we het coaguleeren eens nader, dan moeten we volgens de ontwikkelde theorie aannemen, dat er ionen

Sluiten