Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOHWOOR ü.

Politiebevoegdheid en onzekerheid schijnen ten onzent identieke begrippen te zijn; zoowel wat de relatieve competentie — verhouding van rijks- en gemeentepolitie — betreft, als wat de absolute competentie — verhouding van politie en ingezetenen — aangaat. Een en ander is weer duidelijk aan liet licht gekomen tengevolge van de, wij kunnen wel zeggen, beruchte, Amsterdamsche „postenorder", evenals dat ook een twintig jaar geleden geschiedde naar aanleiding van het verbieden van een schietwedstrijd op duiven. Evenals toen was ook nu het leeuwendeel der besprekingen, waartoe deze politiemaatregelen aanleiding gaven, gewijd aan de absolute competentie der politie. En tiet is die absolute competentie, waarmede dit proefschrift zich zal bezighouden; alzoo met de absolute bevoegdheid van de politie als orgaan in dienst der Administratie, niet in dien van de Justitie. Besprekingen, waartoe het Wetboek van Strafvordering aanleiding zou kunnen geven, betreffende de bevoegdheid der politie ten aanzien van het opsporen van strafbare feiten, zal men dus in dit proefschrift niet aantreffen.

De postenorder der Amsterdamsche politie werd in Juni 1903, nadat door Koning en Staten-Generaal de feiten, waaraan zij haar ontstaan te danken had, strafbaar waren gesteld, en daardoor de onzekerheid, die

1

Sluiten