Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Rijksbelang; de artt. 88 en 14(5 staan in het Hoofdstuk aan de provincie gewijd) noch financiën, aan welke in de artt. 143 en 1Ö0 G. W. 1815 eene aparte behandeling is ten deel gevallen. Wij zien hier dus politie gebruikt in de beteekenis, waarin het werd aangetroffen in Duitschland vöör de splitsing in veiligheidspolitie en Pflege: regeling der interne aangelegenheden, behalve justitie, financiën en defensie: binnenlandsche zaken.

In dezelfde beteekenis gebruikt ontmoeten wij politie in de litteratuur. Aldus bij Thorbecke1), voor wien politie het geheele binnenlandsche bestuur beteekende, uitgezonderd defensie, justitie en financien; „regie interne", zooals ook van Hogendorp de uitdrukking politie, voorkomende in art. 88 G.AY. 1814, verklaarde in de commissie, belast met het ontwerpen van de Grondwet, welke naar het jaar 181,") genoemd wordt. En niet alleen bij Thorbecke, ook bij de schrijvers de Vries2), Olivikr8) en Franqois4) treffen wij dezelfde opvatting aan. Fkaxqois verschilde een weinig met de anderen; hij verstond onder politie staatszorg; doch zien wij, wat hij onder die zorg rangschikte, en wat door de anderen onder politie werd gebracht, dan kunnen wij wel zeggen, dat hunne opvattingen overeenstemden.

Hoe de besluitenregeering van Willem I zich bij de

!) Aanteekening II bl. 91. (85, 304). Voorrede Deel II „politierecht, droit administratif". Vgl. lste druk bl. 206.

-) De wetgevende macht der plaatselijke besturen, bl. 91 y v.

3) Proeve over de beperking van den eigendom door het politierecht, bl 14.

4) Over politierecht, in Themia 1846, bl. 83.

Sluiten