Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

het verordeningsrecht der politie.

{5 1. Het Koninklijk Besluit van 17 December 1S~>1,

Stbl. no. 166.

Zagen wij in het voorgaande Hoofdstuk bij de bespreking van het begrip politie, dat, behalve in exceptioneele gevallen, aan de gemeentepolitie geen verordeningsrecht toekomt, naast de gemeentepolitie kent ons recht ook eene rijkspolitie, en de vraag, die hier beantwoord moet worden is: of de rijkspolitie, de Koning als hoofd daarvan, in tegenstelling van de gemeentepolitie, soms wel zoodanige bevoegdheid heeft; of de Koning zelfstandig gebiedend of verbiedend tegenover de burgers mag optreden, eigenmachtig inbreuk mag maken op hunne vrijheid van beschikking over persoon en goed.

Is nu de Koning zonder medewerking van de StatenGeneraal bevoegd den burgers hun gedragslijn voor te schrijven; ligt een dergelijke bevoegdheid opgesloten in de, bij den Koning berustende, uitvoerende macht (art. 35 G.W. 1887)? Neen, dit ligt niet opgesloten in de uitvoerende macht; dergelijke bevoegdheid komt alleen den Koning en den Staten-Generaal toe, aan wie de wetgevende macht is opgedragen (art. 109 G.W. 1887). De Wetgever alleen kan

Sluiten