Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit Grondwetsartikel wordt ook anders gedacht; er wordt wel beweerd, dat de hechtenis, waarover dit artikel spreekt, eene speciale soort van vrijheidsbeneming, niet elke vrijheidsrooving op het oog heeft: hechtenis zou hier in een bepaalde beteekenis gebruikt zijn; het artikel zou niet verhinderen iemand bij wijze van politiemaatregel in bewaring te stellen; ja, men is zoover gegaan een principieel verschil te zien in de inhechtenisneming en de inbewaringstelling; er zou een hemelsbreed verschil tusschen beide bestaan ')• Wij gaan hier niet in op die principieele kwestie; zij laat ons volkomen koud; want hoe groot het principieele onderscheid ook moge zijn, beide, zoowel de inhechtenisneming als de inbewaringstelling, zijn en blijven vrijheidsrooving, onverschillig of de politie iemand in zijn eigen huis dan wel in een politiebureau opsluit 2); daar gaat niets af; dit is een karaktertrek van beide, die zich niet laat wegmoffelen :i). Welnu, hoe men dan moge denken over het Grondswetsartikel, dat over hechtenis spreekt, art. 282 W v. S. verbiedt die gemeenschappelijke karaktertrek, verbiedt het naakte niet principieele feit vrijheidsrooving. Nu zijn ons, behalve in speciale wetten (bijv. de wet hou-

1) Aldus Mr. S. J. M. van Gedns, Het inbewaring stellen van beschonkenen door rijksveldwachters, Themis 1890, bl. 354; zie ook Themis 1895, bl. 398 v.v.. Mr. D. L. de Ridder (De bevoegdheid der politie, bl. 54) betuigt zonder eenig voorbehoud zijne instemming met deze zienswijze.

2) Mr. van Geuns ziet hierin een groot verschil, Themis 1890, bl. 358 v.

3) Dit moet ook Mr. van Geuns erkennen. „Beide handelingen bestaan wel is waar in eene inbreuk op de persoonlijke vrgheid", Themis 1890, bl. 354.

Sluiten