Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voering daarvan; die de middelen regelen, welke aan die ambtenaren ten behoeve van die uitvoering ten dienste staan. Zoo; de belastingwetten, de wet op de zeevisscherij, de jachtwet, de wet op de hondsdolheid. Doch hoe staat het met de ambtenaren, niet voor die speciale materies aangewezen; met de ambtenaren, die belast zijn met de zorg voor wet of verordening; met de bescherming der rechten van de burgers; kunnen wij die ook uit de wet leeren kennen? Zeker, wij kennen wel uit de wet de ambtenaren, die met de opsporing van strafbare leiten zijn belast, doch de ambtenaren, die ze moeten trachten te voorkomen, kunnen wij die wel in de wet vinden? Tot heden zou het vergeefs zoeken zijn. Wel kent de wet eene rijkspolitie (Gemeentewet, Begrotingswetten), doch uit een wet weten wij niets van haar taak, die dan zou moeten bestaan m het waken voor de rechtsorde. Wil men omtrent een en ander iets naders weten, dan moeten wij nog steeds die wetenschap uit een Koninklijk Besluit putten.

Verder: hoe staat het met het andere: het ingrijpen in het maatschappelijk leven; het beperken van de burgers in hunne vrijheid, wat hun persoon en hun goed aangaat? Vindt in Nederland ook reeds algemeen toepassing de regel dat elke vrijheidsbeperking berust op een vooraf vastgestelde wet; dat geen inbreuk op de vrijheid kan worden gemaakt dan in die gevallen en in die mate als de wet het veroorlooft? Ook hier is het antwoord met bevredigend. De gedachtenwisselingen, waartoe de postenorder en eertijds het verbod van een duivenschietwedstrijd aanleiding gaven, hebben geleerd, dat Nederland nog niet dien hoogen graad van ontwikkeling heeft bereikt als, nog

Sluiten