Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen, blijft men van meening, dat ons artikel aan de administratie een plicht oplegt, dat het voor haar een grondslag oplevert voor feitelijk optreden, tot doel hebbend de burgers in hun persoon en goed te beschermen, dan en hierop wezen wij reeds terloops — heeft het gevolgen, die veel verder strekken dan de eenvoudige 'serleening van hulp door de politie, die men daarmede meende te moeten verdedigen. Negeert men „gelijke" of meent men, dat dit woord de kracht van het artikel als fundament voor feitelijke, door de administratie te verleenen, bescherming nog versterkt'), dan begrijp ik niet, waarom de administratie van dit Grondwettelijk voorschrift nog niet een ruimer gebruik maakt dan alleen als fundament voor de politie. Immers, het spreekt zeer algemeen van bescherming van persoon en goederen; het geeft volstrekt geen aanleiding nóch door zijne redactie, nóch door zijne geschiedenis om zijn toepassingsgebied te beperken tot hulpverleening bij aanranding. Hierbij te willen blijven staan zou dan ook o. i. eene groote inconsequentie zijn. En dan zouden wij willen vragen: waarom, als men de grenzen voor buitenlandsche producten wil sluiten door het heffen van invoerrechten, al die omslag tot het vaststellen van beschermende rechten, van eene tariefwet; waarom niet eenvoudig de politie naar de grenzen gestuurd om, bijv. door den invoer van granen en meel te beletten, den landbouwer te beschermen tegen buitenlandsche concurrentie: te beschermen tegen prijsvermindering van zijne landerijen;

1) Aldus de Heer Kist, Handelingen 1902 — 1903, Ie Kamer, bl.'206. Zie ook Handelingen der Nederlandsche Juristen Vereeniging '893 I, bl. 210 en 212.

Sluiten