Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mystique, par cela même qu'elle ne veut rien dire, se prête admirablement a 1'éloquence officielle des politiciens; elle est entrêmement commode pour se tirer d affaire et pour justifier toutes sortes d'agissements.

Maar kan en mag de politie dan niets ten bate van de burgers doen'? Op deze vraag zullen wij trachten een

antwoord te geven ').

Wie zorgde in de primitieve gemeenschappen voor, hij wien berustte in de gemeenschap tijdens de eerste stadia harer ontwikkeling de verdediging, de handhaving van de rechten harer leden? Deze berustte bij de leden; hiervoor zorgden de individuen; zelf staken zij de handen uit de mouw om, zoo hun onrecht werd aangedaan, tegen dat onrecht te reageeren; zelf verschaften zij zich datgene, waarop zij aanspraak hadden, indien zij in hun rechten werden aangerand; eigen vuist en eigen gezag, daarop rustten voor ieder de handhaving en verdediging van zijne rechten. Geen overheid, die zich daarmede bemoeide, was nog aanwezig. Doch hiermede is niet gezegd, dat in primitieve gemeenschappen eigenrichting aan de

i) Men zie voor hetgeen volgt o.a.: Alberda van Ekenstein, De huisvrede in het strafrecht, diss. Groningen 1883; Binding, Handbuch des Strafrechts; H. Brünner, Deutsche Rechtsgeschichte 1887; Degenkolb, Einlassungszwang und Urtheilsnorm 1877; Jhering, Der fieist des römischen Rechts; dezelfde, Der Kampf ums Recht; Melville Lee, A History of Police in England 1901; Levita, Das Recht der Nothwer 1856; Rink, Bijdrage tot de leer der noodweer, diss. Itrecht 18i4; schröder, Lehrbuch der deutschen Rechtsgeschichte, 4te Aufl. 1902; ScH' ltze, Privatrecht und Process 1883; Steinmetz, Ethnologische Studiën zur ersten Entwickelung der Strafe, 2 Dln. 1892 en 1894; Tichelaar, Aanteekeningen op art. 328 en 329 Code Pénal, diss. Ltrecht 1883.

Sluiten