Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slag gelegd te zijn voor het instituut, historisch een der oudste van alle staatsbemoeiingen: de rechtsspraak. Zal men onder den invloed van de openbare meening, onder pressie van de gemeenschap, die, met het oog op een krachtig optreden tegen een eventueelen vijand, behoefte had aan inwendige rust, niet gebaat was door onderlinge twisten, zijne verplichtingen tot herstel van onrecht zijn nagekomen; van den anderen kant zullen dezelfde invloeden bewerkt hebben, niet alleen, dat men is gaan trachten, waar aangedaan onrecht ontkend, verplichtingen betwist werden, tot eene minnelijke schikking te komen in plaats van dadelijk tot eigenmachtige handhaving en doorzetting van werkelijk bestaande of vermeende aanspraken over te gaan, doch tevens, dat men, bij niet slagen daarin, is gaan overeenkomen de beslissing van het geschil aan derden op te dragen. Met deze functie vinden wij de volksvergadering, waarin de vorst voorzit, belast; zij treedt als scheidsrechter op. Doch verder dan het geven van eene beslissing strekken zich de bemoeiingen van de gemeenschap niet uit, Het is de privaat persoon, die, zoo noodig, zorgt, dat zijn recht verwezenlijkt wordt; private kracht, waarop

de executie rust.

Zal de scheidsrechterlijke tusschenkomst eerst op wederzijdsch goedvinden berust hebben; later, toen men het nut van een dergelijke wijze van handelen had leeren inzien, kon hij, die meende in zijne rechten verkort te zijn en niet onmiddellijk tot eigenmachtig handelen wilde overgaan, zelfstandig zijne zaak voor den rechter, het volk in zijne vergadering, brengen na zijn tegenpartij aangezegd te hebben aldaar te verschijnen. \ erschijnt deze

Sluiten