Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overgelaten, men niet kon twijfelen aan de bevoegdheid van het individu zelf zijne rechten tegen een oogenblikkelijke aanranding te mogen verdedigen, men er niet aan dacht een dergelijke bevoegdheid uitdrukkelijk te erkennen. Twijfel dienaangaande kon pas ontstaan, behoefte aan uitdrukkelijke erkenning kon zich pas doen gevoelen, toen in de gemeenschap groote veranderingen hadden plaats gegrepen. Toen het gezag van den vorst, die zich oorspronkelijk alleen in oorlogstijd kon laten gelden, door de samenwerking van verschillende omstandighedenx) zich ook in vredestijd had gevestigd — een overheidsgezag was ontstaan; toen de volksvrede was geworden koningsvrede, het recht niet meer uitsluitend door het volk werd geproduceerd, doch de vorst op zijne ontwikkeling, op zijne vaststelling grooten invloed had gekregen, eerst nog aan de toestemming van het volk gebonden, later zelfstandig het oude veranderend, nieuw recht daarnaast vaststellend -); toen de rechtspraak, waaraan de vorst vroeger als voorzitter der volksvergadering reeds had deelgenomen, van het volk op hem en zijne ambtenaren was overgegaan; toen de uitspraak van den rechter — aan wiens oordeel het individu nu moest onderwerpen alle rechtsgeschillen, vöör tot handhaving of herstel van rechten kon worden overgegaan — niet meer eene eenvoudige erkenning van de rechten van den eischer, maar eene veroordeeling van den beklaagde was geworden; toen de vredeloosheid, verbonden aan het

Zie Steinmetz, Ethnologi9che Studiën zur ersten Entwickelung der Strafe II.

2) Wat het privaatrecht aangaat geldt dit alleen voor den tijd der Karolingers.

Sluiten