Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

algemeene maatregelen van bestuur, van een andere natuur zou zijn dan het overige publiekrecht.

Behalve in zake strafrecht, kent ons publiekrecht ook nog rechterlijke tusschenkomst, voor dat dit recht ten uitvoer gelegd kan worden, in verschillende andere wetten en dat wel in sommige gevallen imperatief, in andere facultatief.

Imperatieve rechterlijke tusschenkomst treffen wij aan in de vreemdelingenwet: de politie mag geen toegelaten vreemdeling over de grenzen zetten zonder bevel van den kantonrechter (art. 10); verder in de kerkgenootschappenwet, volgens welke niemand verklaard kan worden „in strijd met de wet te hebben gehandeld" dan tengevolge van een rechterlijk vonnis (artt. 9 en 10); vervolgens worden de kosten van onderstand verhaald bij wege van rechtsvordering (art. 58 wet op het armbestuur); eveneens vindt, ingeval rechtspersonen afwijken van hun goedgekeurde statuten, vervallenverklaring van hunne hoedanigheid van rechtspersoon plaats door den rechter en niet door de administratie (art. 10 wet vereeniging en vergadering); zoo wordt geen vreemdeling uitgeleverd zonder advies van den rechter en maakt niet de administratie uit of iemand Nederlander is, maar de Hooge Raad (artt. 8 en 10 wet uitlevering vreemdelingen); zoo moet de administratie door den kantonrechter gemachtigd worden tot inlegering en eveneens moeten dwangbevelen tot invordering van belastingen of van gemaakte kosten door den kantonrechter executoir worden verklaard1) (artt. 14 en 17 wet 22 Mei 1845, Stbl. n°. 22:

1) Gedeputeerde Staten verklaren executoir krachtens art. 54 Wet

Sluiten