Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richting tot de natuur, tot het wezen van het publiekrecht behooren, alles behalve juist is. Het wil mij dan ook voorkomen, dat een beroep op „het wezen van het publiekrecht" in de onderhavige kwestie van alle beteekenis ontbloot is !).

Behoort alzoo eigenrichting, parate executie niet tot het wezen van het publiekrecht, dan kunnen wij zonder vrees, dat men ons naar het wezen van dat recht zal verwijzen, de vraag stellen: moet de toestand, die nu heerscht — parate executie, voorzoover zij niet reeds is uitgesloten — worden bestendigd, als wij in het bezit van eenen administratieven rechter zijn gekomen? of zal, evenals eertijds den individu, nadat zich het instituut der rechtspraak had ontwikkeld, de verplichting werd opgelegd, alvorens zijne rechten te verwezenlijken den rechter te adieeren, ook voor het publiekrecht als regel worden aangenomen: geen handhaving, geen dwang zonder rechterlijk vonnis?

Het geldt hier de vraag, of de waarborg voor een onpartijdige, onbevooroordeelde toepassing van het publiekrecht nog uitgebreid zal worden. Den eersten stap in die richting heeft men gedaan door de mogelijkheid open te stellen de administratie justitiabel te maken. Moet nu ook

') Of is de zin misschien deze, dat zij moet dienen om de laatste restjes van de vroeger absolute macht der administratie te redden evenals de enumeratie, door de Memorie van Toelichting van het ontwerp-Wetboek van Administratieve Rechtsvordering als overbodig, onuitvoerbaar, onhoudbaar, beginselloos uitgeluid? Of misschien deze, dat men uitsluiting van eigenrichting op het gebied van het publiekrecht niet in overeenstemming met de waardigheid der administratie vindt'r1 Zie beneden bl. 98.

Sluiten