Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wetgever heeft gewild. Dwang is inhaerent aan het recht!); het recht is een „Zwangsnorm".

Voor echter de administratie, de politie, tot dwangmaatregelen overgaat, zal natuurlijk eerst getracht worden of op andere wijze de nakoming van wet of verordening te verzekeren is. Hiervoor komt in de eerste plaats in aanmerking het toezicht door haar uit te oefenen: een wakend oog houden op persoon en goed, nagaan of op de een of andere wijze ook aan wet of verordening niet wordt voldaan. Verder zal als eene overtreding van wet of verordening dreigt, tenzij er periculum in mora is, geprobeerd worden door waarschuwingen de dreigende rechtsaanranding te voorkomen.

Ten aanzien van deze middelen, toezicht en waarschuwing, verklaart Mr. Bakker2), dat zij tot geene rechtsgevolgen aanleiding geven, behalve de waarschuwingen van art. 186 al. 2 Gem. Wet, bij gebreke waarvan het aan te wenden geweld onrechtmatig is 3). Die verklaring schijnt minder juist. Immers, niet alleen deze waarschuwingen geven tot rechtsgevolgen aanleiding, doch ook de waarschuwing van art. 180 al. 2 Gem. Wet heeft dergelijk gevolg. Ook deze waarschuwing maakt, wanneer zij achterwege gelaten wordt — tenzij in spoedeischende gevallen

!) En dit ia geen bizondere eigenschap van het publiekrecht, welke bij het privaatrecht zou ontbreken. Het eenij*j^é verachil tuaachen beide ia, dat in het civielrecht zooveel mogelijk aan de dwangoefening een vonnia voorafgaat, wat nog niet gezegd kan worden van het administra» tiefrecht.

2) t. a. p. bl. 71.

3) , , . . 73.

Sluiten