Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaard op iemand, die een ambtenaar, belast met het opsporen van Drankwetovertredingen en terwille daarvan een flesch in beslag nemende, niet malsch onthaalde 1). Eveneens werd het verijdelen van eene handeling 2) en het niet voldoen aan een bevels), ondernomen en gegeven door een ambtenaar ter uitvoering van de Jachtwet, met de zorg voor welker naleving hij belast was, niet strafbaar geoordeeld (art. 184 W. v. S.). Zoo werd eveneens art. 184 W. v. S. niet toepasselijk geacht op iemand, die geweigerd had te voldoen aan een bevel van een ambtenaar — aan wien was opgedragen de zorg voor de naleving van de wet op de hondsdolheid — tot afgifte van een niet van een modelmuilkorf voorzienen hond4), terwijl een bevel tot stilstaan gegeven door een ambtenaar, belast met het opsporen van strafbare feiten, aan iemand, op heeterdaad betrapt, als niet bevoegdelijk gegeven werd beschouwd5). Deze, door ons aan de jurisprudentie ontleende, voorbeelden hebben alle betrekking op wetten, waarin de wijze van handelen door de ambtenaren is geregeld: in welke regeling niet waren opgenomen de bevelen en handelingen, welke de Rechterlijke Macht als niet beschermd door de strafwet beschouwde.

Intusschen, is men van meening, dat het door ons bedoelde middel der politie niet ten dienste staat, dan zal

1) H.R., 25 Nov. 1889, W. v. h. R. 5808. In denzelfden geest H.R. 4 Maart 1895, W. v. h. R. 6634.

-) Rb. Amsterdam, 1 Febr. 1889, W. v. h. R. 5731.

3) Rb. Almelo, 14 Maart 1893, W. v. h. R. 6525.

4) Rb. Amsterdam, 12 Sept. 1890, W. v. h. R. 5948.

5) Rb. Haarlem, 1 Juli 1897, P. v. J. 1897 no. 83.

Sluiten