Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat, indien de winstverdeeling voor gelijke deelen is geregeld,

ook de verdeeling van het tekort, i. e. de verliesverdeeling in gelijke deelen moet plaats hebben.

Geschiedt de winstverdeeling in ongelijke deelen, dan kan de verliesverdeeling bepaald worden in ongelijke deelen, of in gelijke deelen, of gedeeltelijk in ongelijke, gedeeltelijk in gelijke deelen.

De regeling der aansprakelijkheid voor het tekort hangt dus af van de regeling der winstverdeeling, en is in het eerste lid \an art 2 0 behandeld; en nu voegt de wetgever in het tweede lid daaraan toe:

„In dat geval (nml. indien de voordeelen naar zekeren 2® alinea, „statutair bepaalden maatstaf ongelijk zullen verdeeld worden),

„kan de aansprakelijkheid ook worden beperkt tot eene in „verhouding tot den aangenomen maatstaf bepaalde som."

Deze alinea bevat het voorschrift, dat de bevoegdheid verleent om eene uitzondering op den in art. 19 gestelden regel in de statuten op te nemen. AV elke is die uitzondering, die beperking van de aansprakelijkheid der leden tegenover de Vereeniging voor eenig tekort?

Ze is die van de aansprakelijkheid, beperkt tot eene in verhouding tot den aangenomen maatstaf bepaalde som!

De maatstaf is statutair bepaald volgens art 7 4°; kan nu ook de beperkte som vooraf bepaald worden ? Onmogelijk, want deze hangt van den maatstaf af, i. e. van een verhoudingscijfer,

dat wel een quotiënt (de uitkomst eener deeling) voortbrengt,

maar niet het quotiënt, de som gelds is!

De beperking tot dat onbepaalde quotiënt is echter reeds belangnjk genoeg, want daardoor vervalt de in art. 19 als regel voorgeschreven onderlinge borgtocht. Statutair kan alzoo de verantwoordelijkheid tegenover de Vereeniging, welke door het gezamenlijk borg blijven voor de betaling van ieders aandeel in den omslag ontstaat, opgeheven worden.

De tweede alinea van art. 2 0 zegt dus:

dat, indien de winstverdeeling in ongelijke deelen geschiedt,

de tegenover de Vereeniging als regel geldende onderlinge

Sluiten