Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

winst in ongelijke deelen, dan wordt het tekort omgeslagen volgens den in de acte vastgestelden maatstaf:

a. hetzij in gelijke deelen,

b. óf in ongelijke deelen,

c. öf voor een gedeelte in ongelijke deelen en voor het overige gedeelte in gelijke deelen, met dien verstande dat de onderlinge borgtocht slechts van kracht zal zijn indien de acte aldus of niets — m. a. w. niet het tegendeel, — vaststelt.

B. Bepaalt de acte de verdeeling van het:

tekort in gelijke deelen, waarmede solidaire aansprakelijkheid gelijkstaat, dan kan de winstverdeeling worden vastgesteld in gelijke deelen, öf in ongelijke deelen, öf gedeeltelijk in gelijke, gedeeltelijk in ongelijke deelen, terwijl de regeling van den ouderlingen borgtocht zich richten moet naar de overeengekomen winstverdeeling;

tekort in ongelijke deelen, — hetwelk ook het geval is, indien het gedeeltelijk in gelijke, gedeeltelijk in ongelijke deelen wordt omgeslagen, — dan moet de winstverdeeling in ongelijke deelen plaats hebben, doch de maatstaf voor de verdeeling van het verlies kan een andere zijn dan die voor de verdeeling der winst, terwijl de onderlinge borgtocht zal gelden indien de acte niet het tegendeel bepaalt.

In alle deze gevallen, waarbij van de aansprakelijkheid tegenover de \ ereeniging sprake is, d. w. z. wanneer bij vereffening door den vereffenaar of door den curator de omslag volgens art. 19 geschiedt, treden de in dat artikel aangewezen vorige leden gezamenlijk met de overgebleven leden op, terwijl de maatstaf van aansprakelijkheid steeds die is, welke volgens art. 7 4°. bij de acte van oprichting is vastgesteld.

Zoowel in art. 20 als in art. 7 maakt de wetgever uitsluitend en herhaaldelijk melding van de winst- of verliesverdeeling, zooals die in de acte van oprichting is vastgesteld, welke bepaling echter niet verhindert, dat de verdeeling later kan ge-

Sluiten