Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Coöp. ^ ereeniging ontstaat alzoo ten gevolge eener overeen- Beschouwing komst, welke als jus eogens de vaststelling van een vermogen karakter eischt, doch zich er mee tevreden stelt dat het vermogen uit contractueele verplichtingen bestaat; het doel is geenszins winstbejag, maar steun in nering of bedrijf, in het verkrijgen van levensbehoeften, in het kort: de bevordering der stoffelijke belangen.

Aan de vereischten voor Maatschap gesteld, voldoet zij derhalve niet, beantwoordt meer aan het wezen der zedelijke lichamen, doch is door de Wet van 187 6 als eene afzonderlijke instelling gekarakteriseerd.

De hoofdelijke, somtijds individueele, dan weer gezamenlijke,

ja zelfs de beperkte verantwoordelijkheid nadert meer het begrip,

aan de Vennootschap onder firma ten grondslag liggend, dan dat der Naaml. Vennootschap; hetzelfde geldt voor het bij art. 8 als regel bepaalde persoonlijke van het lidmaatschap, doch verschilt weer van de Venn. onder firma in zooverre dat vrije

in- en uittreding van leden — vide art. 2a j° 7 8U

bestaat en geene wijziging der acte van oprichting ten gevolge heeft.

Aldus blijkt uit meerdere groepen eene Vereeniging sui generis te zijn ontstaan, welke hetzij eene burgerrechtelijke, hetzij eene handelsonderneming ten doel kan hebben. Niet dat voor burgerrechtelijke doeleinden niet de vorm van een der Vennootschappen van koophandel kan aangenomen worden, immers zulks is nergens bij de wet verboden, doch de toepassing der voor die Yennootschappen gestelde voorschriften doet zoovele rechtsvragen ontstaan, dat de regeling daarvan expressis verbis, zooals in art. 1 der wet voor Coöp. Vereenigingen, verre de voorkeur verdient.

Deze laatste Vereeniging vormt dus als het ware eenen overgang 'win de uitsluitend aan het Burg. Wetb. onderworpen Vereenigingen op die, waarmede het Wetb. v. Kooph. zich meer speciaal bezighoudt.

Sluiten