Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overzicht van Een terugblik op vorenstaand beknopt overzicht der privaato^wikk'èiiiiK rec^tclijke Vereenigingen van personen doet zien dat de verscliilvan Vereent- lende wijzen, waarop de samenwerking van individuën zich gingen. vertoont, in hare onderlinge verhouding als het ware een ketting vormen, welks schakels zich trapsgewijze in den loop der tijden hebben ontwikkeld en ten slotte eene denkbeeldige eenheid voortbrachten, die rechtens voor zooverre mogelijk met den mensch is gelijkgesteld, en als rechtspersoon erkend daardoor de bevoegdheid verwierf zelfstandig hare eigen rechten en verplichtingen te hebben en daarmede op te treden.

A. Den laagsten trap van ontwikkeling nemen, nii de Wet van 1855, diè Vereenigingen in, welke in wezen tot de rubriek der Zedelijke Lichamen behooren, doch, ofschoon niet strijdig met de openbare orde, noch door eene wet noch door den Koning gesanctionneerd zijn, omdat hetzij die sanctie niet gevraagd is, hetzij ze geweigerd werd op gronden, ontleend aan het algemeen belang. Hiertoe behooren de saamkomsten tot vermaak, gezelligheid, bevordering van kunsten en wetenschappen, weldadige oogmerken en dergelijken.

Tusschen de leden onderling zal hunne overeenkomst van kracht zijn, doch tegenover derden blijft ieder lid individueel verantwoordelijk voor zijne handelingen, en de door hem verkregen rechten worden als zijn uitsluitend eigendom beschouwd; de buitenwereld houdt niet rekening met het bestaan der Vereeniging.

B. De Handeling voor geineenc rekening vormt een hoogeren graad, daar ze alleenlijk voor eene handelsonderneming bestemd is en dientengevolge aan de voor koophandel speciale wetgeving onderworpen is. Daarenboven ressorteert zij, zooals ter plaatse aangetoond, onder de voorschriften der burgerlijke Maatschap, en hebben derhalve volgens art. 1 682 B. W. alle leden het recht tegenover derden de uitvoering te vorderen eener overeenkomst, welke in hun aller naam door een van hen is aangegaan. Volgens art. 5 8i.f. W. v. K. hebben die derden echter geene rechtsvordering dan tegen dengeen, met wien ze gehandeld hebben. Bij deze Vereeniging bestaat dus reeds een geval, waarin de buitenwereld met haar bestaan wèl rekening heeft te houden.

Sluiten