Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebleven, — of wel het laatst overblijvend lid, verplicht zijn de schulden van het Zedelijk Lichaam te voldoen ten bedrage der baten, en dat zij slechts het voordeelig slot onderling kunnen verdeelen, of — indien slechts één lid overig is — zich persoonlijk toeëigenen, en alzoo op hunne erfgenamen overdragen. Daar alsnu de vereffening der baten en het voldoen der schulden do geheele afwikkeling vordert, zoo blijkt de ontbinding van langen duur te zijn en niet in het oogenblik van het vaststellen van het besluit, en daardoor alleen, af te loopen.

Dat de wetgever de ontbinding den leden opdraagt, en niet den bestuurders van de rechtspersoon, verklaart zich hieruit dat hij, blijkens art. 1 6 9 4, het bestaan van een bestuur niet als een vereischte stelt, doch, indien het ontbreekt, de leden als negotiorum gestores laat optreden, en hunne desbetreffende handelingen slechts effect doet hebben in zooverre — vide art. 169 3 — het Zedelijk Lichaam daardoor werkelijk is gebaat, of de handelingen naderhand behoorlijk zijn goedgekeurd.

Ook het '2= en 3° lid van art. 17 0 2 bevestigen het gedurende de likwidatie blijven bestaan der rechtspersoon door tegenover de schuldeischers de verhouding der leden volstrekt af te scheiden van die van het Zedelijk Lichaam, en hen als het ware als neutrale personen te beschouwen evenals erfgenamen, die onder het voorrecht van boedelbeschrijving eene erfenis hebben aanvaard. Wijken zij van dat onzijdige standpunt af, dan eerst worden zij, tot straf, persoonlijk elk voor het geheel aansprakelijk voor de schulden, en dragen zij den last daarvan op hunne erfgenamen over.

In de memorie van toelichting zeide de regeering dan ook — zie Voorduin V pag. 315 sub 7°., — dat, nadat de zaken tot effenheid gebracht en de schulden, voor zoover de baten zulks toelaten, voldaan zijn, het overschot aan de laatst overblijvende leden vervalt, en dat dit overschot by overgang de •persoonlijke eigendom van de overblijvenden, of van het overblijvend lid, wordt.

Vóór dien overgang, i. e. vóórdat de likwidatie is afgeloopen, is dat overschot derhalve niet het eigendom der leden doch van iemand anders, n.1. van het nog bestaande Zedelijk Lichaam.

Het Zedelijk Lichaam blijft derhalve als rechtspersoon bestaan totdat de loopende zaken zijn afgewikkeld, en indien er een

Sluiten