Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mate de gevolgen van de mort civile toe te passen en de nalatenschap als vervallen ten behoeve van den Staat te verklaren.

Daar er echter geene onbeheerde nalatenschap rechtens is, zoo luidt art. 11 meer zachtzinnig door het volgende te bepalen:

„Nadat door den benoemden curator de roerende en „onroerende goederen der Vereeniging verkocht en de schulden betaald zijn, wordt het batig slot, zoo er een is, aan „hen, welke op het oogenblik der vervallenverklaring leden „der Vereeniging zijn, of aan hunne rechthebbenden, elk „voor het aandeel dat zij in de Vereeniging hebben, uitgekeerd."

Uit deze op de afwijking van goedgekeurde statuten gestelde strafbepalingen mag geen argument geput worden om het voortbestaan eener rechtspersoon, gedurende de likwidatie harer loopende aangelegenheden, in twijfel te trekken, zooals door sommigen geschiedt.

Voor de ontbinding der Wederkeerige Verzekerings- of

Waarborgmaatschappijen bestaan geene bijzondere voorschriften, en zullen derhalve die van Zedelijke Lichamen en van de betrekkelijke overeenkomsten van kracht zijn, voor zooverre de Vereeniging niet bepaaldelijk eenen anderen vorm heeft aangenomen.

Maatschap. De leidende gedachte des wetgevers voor de overige Vereenigingen is in den titel „Van Maatschap of Vennootschap" neergeschreven, welks bepalingen derhalve tot richtsnoer strekken voor de ontbinding van de:

Handeling voor gemeene rekening,

Reederij,

Commanditaire Vennootschap,

Vennootschap onder firma, en Naamlooze Vennootschap.

De 4e Afdeeling van bovengenoemden titel heet: „Van de verschillende wijzen waarop de Maatschap eindigt", en haar eerste artikel, n.1. art. 16 8 3 B. W. vangt aan met de woorden: „Maatschap eindigt door etc."

De beteekenis van het woord „Maatschap" in beide zinnen

Sluiten