Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten onrechte wordt somtijds beweerd dat de bepaling van art. 4 9 W. v. K. luidende:

„De uitdeelingen geschieden uit de inkomsten, na aftrek „van alle de uitgaven,"

der Naaml. Vennootschap zou veroorloven eene winstuitdeeling te doen plaats hebben, alvorens het in eenig vorig boekjaar geleden verlies aangezuiverd is, daar dit voorschrift betrekking heeft op dividend-uitdeelingen, berekend over elk boekjaar afzonderlijk in overeenstemming met a r tt. 8 en 55, wat volkomen juist is, en daar het geconstateerde verlies door afschrijving op het kapitaal gedekt werd, wat onjuist is.

Van „winst" kan immers geen sprake zijn voordat eenig geleden verlies geredresseerd is, en dit laatste kan toch niet geschieden door eene overboeking van kapitaalrekening op Winst- en Verliesrekening, weshalve juridisch elk boekjaar eventueel moet aanvangen met vermelding der uitgaven, vormende het verlies, welke in het vorige boekjaar niet van de inkomsten konden afgetrokken worden.

Alle de uitgaven moeten van de inkomsten worden afgetrokken alvorens eenige uitdeeling mag geschieden, en het in eenig voorgaand boekjaar aangetoond tekort is gevormd door een saldo van uitgaven, dat niet door het kapitaal, maar door winsten, i. e. door een voordeelig saldo van inkomsten, volgens het wetsvoorschrift moet aangevuld worden. Eerst dan, als een saldo van inkomsten overig blijft, mag eene uitdeeling plaats hebben, en dat saldo bestaat niet zoolang een gedeelte van „alle de uitgaven" niet is afgetrokken.

Zoolang het kapitaal intact is, heeft de Vennootschap het recht het reservefonds geheel of gedeeltelijk onder hare aandeelhouders te verdeelen; bestaat er echter een deficit, dan is zij verplicht dat tekort uit de reserve-kas aan te vullen, terwijl ieder onvoldaan crediteur of belanghebbende, en evenzoo ieder aandeelhouder, zich tegen eene afwijking van die verplichting kan verzetten.

Langen tijd is vereischt alvorens het reserve-fonds van eenige beteekenis wordt, weshalve het, ofschoon zeer nuttig, een matig middel voor het keeren van rampen is.

Sluiten