Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geacht worden ook het mandaat der Vereffening te hebben op zich genomen, terwijl de wetgever door als regel te stellen het ineenvloeien van beheer en ontbinding, en door het niet nader omschrijven der laatstgenoemde taak, stilzwijgend heeft vastgesteld dat al wat hij voor het beheer heeft voorgeschreven en niet uitteraard der opdracht daarmede in tegenspraak is, ook voor de Vereffening zal gelden.

Het woord „vereffenaar" of „likwidateur" wordt door den wetgever niet gebruikt; het begrip stelt hij gelijk met dat van „bestuurderde „ Vereffening" stelt hij op eene lijn met het „beheer".

De in art. 4 5 W. v. K. voor bestuurders omschreven aansprakelijkheid is dientengevolge ook voor likwidateuren van toepassing, en evenzoo de bepalingen van art. 4 4.

Onherroepelijk mogen — lees: kunnen — ze niet worden aangesteld, wat trouwens reeds in art, 1851 Burg. Wbk. is vastgesteld, hetwelk luidt:

„De lastgever kan den last herroepen, wanneer hem zulks „goeddunkt, en, indien daartoe gronden bestaan, den lasthebber noodzaken hem de volmacht, welke hij in handen „heeft, terug te geven".

Dat de betrekking van den bestuurder die van lastgeving, en niet van „huur van diensten" of van „aanneming van werk" is, zegt de wetgever in de eerste alinea van art. 45 \V. v. K. sprekende van „den hen opgedragen last".

Het voorschrift van herroepbaarheid heeft betrekking op de openbare orde, en vormt derhalve, volgens art, 14 der Alg. Bep., dwingend recht; is alsnu door de rechtspersoon en den bestuurder of den likwidateur eene overeenkomst gesloten, waarbij de aanstelling voor eenen bepaalden tijd geschiedde, en wordt het mandaat intusschen ingetrokken, dan is de lastgever verplicht den lasthebber schadeloos te houden voor de doorliet afbreken van het overeengekomene onmiddellijk plaats hebbende verliezen, want de overeenkomst moet geacht worden te zijn aangegaan ten einde den lasthebber in zeker opzicht te vrijwaren tegen eenig gevolg van het dwingende rechtsvoorschrift van herroepbaarheid, — en ten aanzien van den lastgever om dezen te behoeden voor eene ongewensclite opzegging.

Sluiten