Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het 2e lid van art. 47 W. v. K. heeft de wetgever den bestuurder verantwoordelijk gesteld voor .,alle verbintenissen", welke deze namens de Venn. heeft aangegaan, nadat drie vierden van het maatschappelijk kapitaal verloren was.

In de eerste plaats mag uit deze bepaling niet worden afgeleid dat de bestuurder, wien in art. ö6 in het algemeen de vereffening dei loopende aangelegenheden is opgedragen, persoonlijk aansprakelijk wordt, indien hij, nadat drie vierden van het maatschappelijk kapitaal verloren is, alsnog als bestuurder namens de Venn. eenige verbintenis aangaat, d. w. z. indien hij verzuimt zijn mandaat van beheer tijdig in te wisselen tegen dat van likwidatie.

Vervolgens mag evenmin onder het verbod van „alle verbintenissen" verstaan worden, dat de likwidateur in het gestelde geval door elke namens de Venn. aangegane verbintenis zich persoonlijk verbindt, want zonder eenige verbintenis aan te gaan is de likwidatie eene concrete onmogelijkheid.

Begrip van Likwideeren is immers hiervoren verklaard te zijn: liet veri.ikwidrerni. effenen van fjen boedel, het vloeibaar-maken van het kapitaalssaldo.

Door likwidateuren moeten alzoo alle vorderingen, welke de Venn. kan doen gelden, geïnd, alle verplichtingen, welke zij op zich heeft genomen, voldaan worden; dienovereenkomstig zijn alle loopende overeenkomsten uit te voeren, en te dien behoeve benoodigde inkoopen en verkoopen te bewerkstelligen; ontbrekende gelden kunnen in leen worden opgenomen, zaken kunnen in pand worden gegeven, nieuwe verbintenissen ontstaande door afgifte van wissels en ander waardepapier kunnen aangegaan, processen kunnen gevoerd, dadingen kunnen getroffen worden, alles onder beding dat de rechtshandeling ter zake der Vereffening dient.

Nieuwe overeenkomsten, waaronder slechts verstaan worden die, welke niet voor de vereffening der bestaande vorderingen en verbintenissen noodzakelijk zijn, mogen echter niet worden afgesloten; ten opzichte der andere hebben likwidateuren dezelfde bevoegdheid en denzelfden plicht als bestuurders vóór het in-ontbinding-treden hadden, terwijl de hun verstrekte lastgeving aldus eene verdere strekking heeft dan in art. 18.'io

Sluiten