Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, en 0111 den /.in van art. 11 7S j° 11 77 Burg. Wbk. te doen recht wedervaren, — gedwongen aangifte tot faillietvcrklaring der Venn. te doen, en ten einde het den rechter mogelijk te maken gevolg aan die aangifte te geven moet de likwidateur van te voren de betaling van opeischbare vorderingen tegenover meerderen staken, al beschikt de Venn. over voldoende middelen om ze te vereffenen, want niet alleen het niet-künnen, maar ook het niet-willen voldoen brengt den toestand van te hebben opgehouden te betalen voort, welken de wetgever in artt. 1 en 6 Faill.wet als vereischte der faillietverklaring stelt.

Bevoegd tot de aanvrage zijn de bestuurders of likwidateuren als vertegenwoordigend, resp. uitvoerend orgaan der Venn., één of meerdere crediteuren, wien betaling hunner vordering is geweigerd, en het Openbaar Ministerie, doch allen slechts onder voorwaarde dat de bovenomschreven toestand is ingetreden.

De Raad van Toezicht als zoodanig, de Alg. Verg. van aandeelhouders, of een aandeelhouder als zoodanig, hebben niet de bevoegdheid tot de aangifte; de beide eersten niet, omdat zij slechts intern optreden, de laatste niet omdat hij geen orgaan der Venn. is en geene vordering op haar heeft.

De eenige vorderingen in geld, welke de aandeelhouder aan zijn lidmaatschap ontleent, zijn immers zijn recht van uitbetaling ^an het a's winst vastgestelde dividend, en zijn recht op het aandeel in het saldo der likwidatie; het laatste kan hij eerst 11a de likwidatie doen gelden, en het eerste maakt hem tot eenvoudigcrediteur der Vennootschap.

Zijn meèrdere bestuurders of likwidateuren aangesteld en heeft niet ieder afzonderlijk het recht de Venn. te verbinden, dan zal de aangifte tot faillietverklaring door zoovelen van hen moeten geschieden als gezamenlijk gemachtigd zijn namens de Venn. te teekenen.

Al verkeert eene \ ennootschap in den staat van ontbinding, dan belet toch geen enkel rechtsbegrip dat zij failliet wordt verklaard, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven en de aangifte, het verzoek, of de vordering te dien einde ecschiedde.

De Naaml. Venn. is immers eene in rechten met den natuurlijken persoon gelijkgestelde persoonlijkheid, en dienovereenkomstig zijn de voor den mensch geldende vermogensrechtelijke

Sluiten