Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 64 Faill.wet, de rechter-commissaris, en van advies dient eventueel eene uit de schuldeischers benoemde commissie, maar tegenover derden heeft voor de geldigheid van de door den curator te verrichten handelingen, blijkens art. 72, noch de werkzaamheid van den rechter-commissaris noch die der commissie, eenigen invloed.

De curator vervangt alzoo in alle opzichten tegenover derden den gefailleerde ten aanzien van de vereffening van den boedel.

Is de gefailleerde alsnu eene Naaml. Vennootschap, dan is hare Alg. Verg. het besluitnemend-orgaan der rechtspersoon en in die betrekking gelijk te stellen met de hersens van den natuurlijken persoon, die den wil van het lichaam vormen. Evenzeer als de curator ter zake der vereffening den wil van den mensch bepaalt, evenzeer treedt hij in de plaats der Alg. Vergadering.

Indien dus — zooals in de statuten van meerdere Vennootschappen, voornl. die voor het verzekeringswezen of voor geldleening bij wijze van hypotheek bestaan, — bepaald is dat aandeelhouders, na zekere storting bij de deelneming, tot verdere stortingen op hunne aandeelen verplicht zijn, al naarmate dat de Alg. Verg. op het te dien behoeve door het bestuur en de commissarissen in te dienen voorstel zal besluiten, dan zal gedurende het tijdperk van faillissement de curator aan zichzelf dat voorstel kunnen doen en zelfstandig daarop kunnen beslissen.

Zijne taak is immers de vereffening van den boedel; en de boedel wordt omschreven in art. 20, luidende:

„Het faillissement omvat het geheele vermogen van den „schuldenaar ten tijde van de faillietverklaring, etc.",

en daaronder behooren de rechten, welke de Venn. tegenover hare aandeelhouders — als zijnde derden — op betaling hunner aandeelen in het maatschappelijk kapitaal heeft, terwijl niet die aandeelhouders maar het door hen te vormen inwendige orgaan der rechtspersoon, nml. de Alg. Verg., degeen is, die bevoegd was het tijdstip der betaling, te bepalen, en deze heeft door het faillissement hare functie, voor zooverre ze ten behoeve der vereffening strekt, aan den curator moeten afstaan. De algemeene bepaling van art. 1177 Burg. Wbk. wijst trouwens

Sluiten