Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op-zich-nemen der lastgeving is verknocht aan de betrekking van deel van het geheel, en is in het 2C lid van art. 18 30 gesanctionneerd door de woorden:

„De aanneming van eenen last kan ook stilzwijgende geschieden, en afgeleid worden uit de volvoering van den last „door den lasthebber".

Indien een lid in een orgaan der Venn. failleert, dan eindigt de lastgeving, maar de betrekking van deel van het geheel blijft bestaan en is zoodanig aan de lastgeving verknocht, dat deze wederom stilzwijgend den gefailleerde verstrekt wordt, indien niet het tegendeel blijkt, — weshalve de staking der lastgeving slechts gedurende het ondeelbaar oogenblik der faillietverklaring plaats had.

In den loop van een faillissement, dat door eene crisis of andere buitengewone omstandigheid is veroorzaakt, kan het geval zich voordoen dat de aandeelhouders belang er bij hebben zelfstandig, i. e. zonder inmenging der rechterlijke macht, hunne Naaml. Venn. te likwideeren; ja zelfs kan het voorkomen dat intusschen door verbetering van economische toestanden blijkt, dat niet alleen mettertijd alle schulden ten volle betaald kunnen worden, maar meer dan een vierde van het maatschappelijk kapitaal beschikbaar komt, en derhalve de Venn. nog niet in den staat van ontbinding is getreden, en na het faillissement nog voortgezet kan worden. Het tot-stand-brengen van een akkoord met crediteuren is dan de aangewezen weg ter opheffing van het faillissement, en ter verkrijging van uitstel en regeling der betalingen.

Te dien einde is de likwidateur of de bestuurder verplicht eene Alg. Verg. van Aandeelh. saam te roepen, en, na met haar in overleg te zijn getreden, den schuldeischers een akkoord aan te bieden; wordt dit aangenomen en daarna gehomologeerd, dan is volgens art. 161 Fai 11. wet het faillissement ten einde.

De bevoegdheid tot het besluit nemen en het aanbieden van een akkoord bestaat bij het wetgevende en bij het uitvoerende orgaan der Venn., m. a. w. bij de Alg. Verg. en bij het bestuur of den likwidateur, wier macht te dien opzichte niet op den curator is overgegaan blijkens art. 138 F ai 11. wet, luidende:

Sluiten