Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ophouden van bestaan der Venn. mogen afgebroken worden, dan doet zich de vraag voor in hoeverre art. 1353 Burg. Wbk. van toepassing is, en aangenomen mag worden, dat tusschen de rechtspersoon en hare individueele aandeelhouders bedongen is, dat de Venn. de voor het fonds bestemde gelden van de winsten zal afscheiden ten bate van hare bedienden, en deze laats ten verklaard hebben van dat beding te zullen gebruik maken, en in hoeverre daaruit voortvloeit dat de Venn. den eigendom van het fonds heeft afgestaan, en dit slechts namens "are bedienden onder zich heeft.

Wordt voor een dergelijk fonds eene Stichting of eene afgezonderde Naainl. Vennootschap opgericht, dan zijn de rechten van belanghebbenden ten eenenmale gewaard.

E.

Het Einde der Vereffening.

Zoodra alle baten der Vennootschap verzilverd, hare vorderingen geïnd of als niet-inbaar geheel of gedeeltelijk zijn afge-

loope«en' 6n all° SChlÜden voldaan z'Jn. is likwidatie afge-

ee'" fT r8tandi«heden is het «ntal der aandeelhouders ln

eener Naaml. Venn. te groot, en dientengevolge hunne belangen

nadir, J Tl dan dat Zij er mee genoegen zullen nemen,

den^ho 1! 1 ^ Vereffend zijn' het ovewh<* van

<len boedel in natura te doen verdeelen

dani^hpl^ ^ ^ ^ V00r dat de aa»deelhouders zoodanig belang b,j de overige baten hebben, dat zij deze boven

e \ an tijd en omstandigheden afhankelijke tegenwaarde in kontanten verkiezen, dan bestaat geen beJaar te^Te verdeeling dier baten zonder dat ze verzilverd zijn.

reischt, want de vereffening sluit in zich het te-voorschijn-

taZ I"" , Twge"in 'le gwI"a"te'waarin h« *™-

kaprtaal b.jeengebraeht is, „ml. i„ gereed geld; en daar aan-

Sluiten