Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bind) binden (os. bindan), dik dik (ohd. dicchi), dink ding (ohd. ding), dri nk) drinken (os. drinkan), dwing) dwingen (ohd. dwingan), hink) hinken (ohd. hinkan), in in (ohd. in), klink) klinken (ohd. klingan), krink kring (md. krinc), kin kin (os. kinni), ligg) Hggen (os. liggian), mis mis, adv. (ohd. missa), miss) missen (ohd. missen), min min, adv. (ohd. min), min min, zoogster (vgl. ohd. minna), mik mik, krentebrood (mnd. micke, zie Franck i. v. mik), pingstar) pinksteren (vgl. os. te pinkostön), ri nk ring (ohd. os. hring), slikk) slikken (mnd. slicken), spin spin (ohd spinna), strikk) breien (ohd. stricchen), spring) springen (os. springan), stink) stinken (os. stinkan), sikk) zenden (mnd. schicken), ving)r vinger (os. fingar), vring) wringen (ags. wringan), vind) vinden (ohd. findan), ivinna winnen (ohd. os. vvinnan), winter winter (ohd. wintar), wind wind (ohd. wint), zin zin (ohd. sinn), zing) zingen (got. siggwan), zvnk)

zinken (got. sigquan).

Uitgezonderd kënd kind (os. kind), waarnaast regelmatig plur.

kind)r en dimin. kinn)k).

Opm. 1. Rind rund, behoort ook tot dezen regel indien het

woord oorspr. ï heeft (zie Franck i. v. rund).

Opm. 2. In kikhös kinkhoest wordt, tengevolge van syncope van

n, de i verlengd (Kil. kieckhoest; zie Mnl. Wdb. 111. kol. 1426).

§ 73. Germ. ï werd, onder invloed van volgende m tot u of u in: klummklimmen (ohd. chlimban),£nm/w krimpen (ohd. chrimpfan), rinnp)l rimpel (vgl. ohd. rimpfan), slum slim (mhd. schlimp), stum stem (ohd. stimma, got. stibna), summl schimmel (ohd. sambal), tummar) timmeren (os. timbrjan), zwumm) zwemmen (ohd. swimman), terwijl in pups pip (ohd. pfiffiz, mlat. pituita) de labiale consonant wel invloed op het vocaal-timbre zal uitgeoefend hebben.

§ 74. Germ. ï werd soms tot è of regel is dit voor / of / + consonant; bovendien nog in enkele andere woorden, b.v. stél stil (ohd. stilli), sèid schild (os. scild), mèl mild (os. mildi), veil) villen (os. filljan), vèit vilt (ohd. filz), wel wil en wel!) willen (os. willian), weid, verb. vorm wcll), wild (ohd. wildi), zèi)V)r zilver (onfr. silver), en met oorspr. Rom. ï in: Aprèi April (lat April is), brèi bril (lat. gr. beryllus), pel pil (mlat. pilla). Behalve in wet wet (onfr. witut), nog in de woorden: dèks dikwijls (mnl. dicke; zie Behaghel, Eneide bldz. XLV1), mèt met (ohd. miti), visch

Sluiten