Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opm. Naast deze e staat in gesl. lettergr. i in bi/sa, bittaka, dimin. van bet.

§ 79. De uit i in open lettergrepen ontstane e verbond zich met een volgende j tot tij of èij, b.v. bèijj bidden (os. biddian), smèij smeden, subst., slèij slede (ohd. slita), snèij snede (germ. *snidi), galtija geleden (mhd. geliten).

§ 80. Germ. I werd in open lettergrepen soms ï; oorspronkelijk wel onder invloed van i of j in de volgende lettergr., maar ook wanneer zulks niet het geval is, b.v. fïmald femelen (zoo dit woord althans germ. ï heeft, zie Franck i. v.), hlmal hemel (ohd. himil), krikal krekel ('krikil), kitala kittelen (ohd. chizzilón), nival nevel (ohd. nibul, nëbul), pikal pekel (vgl. engl. pickle), strip streep (waarsch. met vroegeren tweeklank; c. f. echter westfri. striepen uit stripön), wimala wemelen (os. *wimilón), zikal sikkel (ohd. sihhilla, vgl. mnl. zekele), en met oorspr. Rom. ï in: livara leveren (fra. livrer, mlat. liberare), stival stevel (vgl. lat. aestivale).

Opm. Reeds in de Limb. Serm. vinden we vormen als: kitelen, Limb. Serm. 176 c; eveneens lievercn Statutenb. bladz. 273; zie Kern, Limb. Serm. pag. 30 en 31.

§ 81. Germ. I werd door o-umlaut, behalve in alg. Ndl. woorden als reus, leunen, nog eiv in: speuia spelen (ohd. os. spilon), en naar analogie daarvan in het subst. speiïl spel (vgl. ohd. os. spil), tot üö in: praes. (uitgezonderd 1', 3' p. pl.) impf. en part. perf. van speivb; benevens in de woorden: hüörn hem (vgl. onfr. imo), haör haar (vgl. onfr. iro), vaöl veel (ohd. os. filu).

Germ. ö in gesloten lettergrepen.

§ 82. Germ. o ingesloten lettergrepen is o of o'; O' gewoonlijk voor / of /-verbindingen met daartusschen ontwikkelde svarabhaktivocaal, b.v. bok bok (ohd. bocch), dochtar dochter (onfr. dochter), kloppj kloppen (ohd. klöpfon), kop kop (ohd. kopf), kot kot, hok (mnd. kot), krop krop (ohd. chropf), krolla krullen, haar (mnd. krolle), os os (ohd. ohso), pot pot (mnd. pot), rogga rogge (os. roggo), rok rok (mnd. roe), stop stop, kurk, stoppa stoppen (ohd. stopfon), soggal schommel (vgl. mhd. schocke; zie Kluge i. v. schaukel), spotta spotten (ohd. spotton), vlok vlok (ohd. floccho),

Sluiten