Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ij ('ij heide (ohd. heida), leijj leiden (ags. laedan), sprèij spiei (vgl. ohd. spreiten), Sèija scheiden (ohd. scheidan), Sèij scheede (ohd.

sceida), wèij weide (ohd. weida).

Opm. Hiertoe behoort ook met een eenigszins afwijkende vocaal flcp vleien, indien dit woord althans teruggaat op germ. •flaihjan (zie Franck i. v.).

§ 145. Germ. ai werd ie voor /;, u', r en in auslaut, b.v. iew eeuw (got. aiws, onfr. éwa), iewjg eeuwig (ohd. os. ewig), ie eer (voegw.), ieddr eerder (bijw. zie § 172) (ohd. os. er), ier eer (subst.) (ohd. os. era), iersti eerste (ohd. os. erist), hier heer (onfr. herro, uit "hairiro), klie klaver (ohd. chleo, uit * klaiwo, zie Franck ï.v. klaver), liewerak leeuwerik (met den klemtoon op de 1 lettergr. ags. lawerce), en onder invloed hiervan soms liew leeuw? (uit *lewo), lier.i leeren (got. laisjan), lienj leenen (ohd. lehanon, denomin. v. ohd. lëhan, zie Franck i. v. leen), sniesneeuw (got. snaiws), Sriewi schreeuwen (ohd. screion), spriew spreeuw (*spraiwon), slie slee, sleeuw (ags. slaw, germ. *slaiwo), fwie twee (got. twai), tien teen (manl.)(ohd.zëha,ags. tahe), wie hoe (vgl. got. hwaiwa; zie Kluge i.v. wie), zie zee (got. saiws), zier zeer (bijw.) (os. ohd. sero; vgl. got. sair), ziel ziel (got. saiwala).

Opm. Fliertoe behoort ook vrie ruw (zie W dl. i. v. wreed), indien dit woord althans beantwoordt aan os. wred, ohd. reid. Zie ook Dr. L. Simons: Het Roerm. dialect, pag. 33.

§ 146. Nog hebben ie, waar we èi zouden verwachten: hiel heel, geheel (ohd. heil, got. hails), liebk leelijk (ohd. leidlih), mieska koolmees (vgl. ohd. meisa), wienjg weinig (vgl. got. wainags, zie Franck i.v.).

Opm. Naast regelmatig mèists meeste (ohd. meist), komt voor de vorm mist3, met gerekte vocaal.

§ 147. Ook eenige aan het Fransch ontleende woorden vertoonen deze vocaal, b.v. bies beest (ofra. beste), fies feest (ofra. feste), en de woorden met den Nederl.-Fra. uitgang eel: towieb juweèlen (ofra. joel), kjniel kaneel (fra. cannelle), kdstiel kasteel (ofra.

castel), psnsiel penseel (ofra. pincel).

§ 148. Germ. ai werd ë in het praet. sing. van de sterke verba der 1" klasse, naar analogie van de meervoudsvormen, b.v. bet (got. bait).

Sluiten