Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

Medeklinkers.

§ 169A. Besproken worden hier alleen die gevallen, welke van

het algem. Ndl. afwijken.

Wat de schrijfwijze aangaat, heb ik me aan het alg. • gehouden en schrijf dus: bad, zaog, ofschoon in de absolute: vormen, evenals in het Ndl., een scherpe medeklinker gehoord wordt; slechts waar de vormen te zeer afwijken, of zulks ter verdui elijking' dient, gebruikte ik een letter in overeenstemming met de uitspraak. Voor afwijkingen, welke veroorzaakt worden door Sandhi zie § 192—195.

Halfklinkers.

§ 169. w. In anlaut voor r, gaat w over in v, b.v: vratfjl wrat,

vrii/gJ wringen, vrlvs wrijven.

w wordt ƒ in: sniep sneeuwen, spèip spuwen, noij nieuw, doij duwen, oagsbraop wenkbrauwen, nej nauw (zie Wdl) , bmajd benauwd, gajdêf gauwdief, en zoo bijna altijd voor medeklinker in afleiding of verbuiging van woorden, die * hebben uit germ. voorafgegaan door klinker of tweeklank, b.v. bloijki (dim. van blouw) flap flauwte (naast fla'w), vröijte (dim. v. vrouw), toijkj (dim. v. touw), möijkd (dim. v. mouw), klöijlo (dim. v.

Syncope van iv heeft plaats in ert erwt, en met donker kleuren van de volgende vocaal in: koed kwaad, koehk kwalijk, koejong kwajongen, rutoer, (oer, toert (= met waar).

In giehó-ngjr geeuwhonger, hoort de w niet thuis, zil au

Grdr2 pag 807.

Assimilatie in vrounws vrouwmensch, en plur. vrouloij. w werd b in: boe waar, doch steeds woe voor volgende b, b.v.

woe bist); zwcvblwr zwaluw.

Sluiten