Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Apocope van n in: ma men, in het neutr. sing. derpron. possess. mi, dl, zi (§ 202), v. h. telw. en lidw. van onbep. ci,J(§ § 200,207).

Opin. doe toen beantwoordt aan den Gerin. vorm zonder n (os. tliuo; ohd. dhuo).

Wisseling van n en / in: klöppjl knuppel, vasfj/aovjnd vastenavond (vgl. ndd. fastelabend, zie Kluge i. v. fasten).

In den vorm to'uvsrêr toovenaar is de/-oorspronkelijk (vgl. ninl. toverare, zie Paul's Grdr. I2 p. 831).

n wordt m in auslaut in: krzj/n (fra. quinzaine, zie Wdl.), möstm moestuin, mèstom mesthoop (vgl. nhd. misten, ohd. mistunnea, zie Franck i. v. mest).

Assimilatie van n in gerj gaarne.

Assimilatie van n voor volgende labiaal, b.v: ïmpjsscrnt(fra. en passant), gra'tnpêr, grccmêr, grootvader, grootmoeder (fra. grandpère, grand'mère), ha'mpl handvol (met syncope van d en assimilatie van n aan ƒ), ómbjsóf onbeschoft, mmard aalbessen (vgl. got. weina-basi; os. winberi), met assimilatie van n aan b en overgang van b tot m.

nd wordt ng (gutturale n) in stóng stond, naar analogie van góng; evenzoo vinden we ng (gutturale n) in woorden, ontleend aan het fransch, eindigende op n of n + conson., b.v: boeljóng bouillon, frang franc, zang Jan, kortóng karton, plofóng plafond.

§ 175. ng. ng werd n in la'nsom langzaam.

In plaats van ng vinden we m in bökkjm bokking (vgl. ook M. A. v. Weel, pag. 50; W. van Schothorst, pag. 50).

ng werd in auslaut verscherpt tot uk in de volgende woorden: di'nk ding, gank gang, jó nk jong, krvnk kring, lank lang, dwank dwang, rink ring, sprwnk sprong, strank streng (subst.), zank zang. In inlaut treedt ng weder te voorschijn.

Evenzoo voor t bij de vervoeging van verba, wier stam op ng eindigt, en gebleven, nadat de t was weggevallen, b.v.: lwr sprink, zink, hij springt, zingt; zie § 208.

Lipletters.

§ 176. p. Syncope van p in pró-nt prompt.

In kevmp kam (ohd. chamb), kó'mp kom (rom. cumba), kró'mp krom (ohd. chrumb), kra'mp kram (ohd. chrampf, zie Fra nek i. v.

Sluiten