Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

g ging intervocaliscli over in j en verdween vervolgens in zet zegt (vgl. § 238).

In plaats van g vinden we ƒ in ëkstrouf eksteroog.

g werd verscherpt tot k in: blaosba'lak blaasbalg, a ka lak naast (ikj/jg akelig.

In aan het fra. ontleende woorden wordt de uitspraak als i behouden, b.v. zande'ram gendarme, garhrza horloge.

In geminatie vinden we steeds gg d. i. dubbele media, b. v. hègga heggen, lègga leggen, ligga liggen, mögga muggen, rögga, ruggen, zègga zeggen.

In auslaut werd deze media tot tenuis, b.v.: aonlèk aanleg, brök brug, dok dog, hek heg, rok rug, trok terug, vlok vlug, mok mug; ook in de conjugatie wordt deze g in auslaut en voor s tot k, b.v: zèk, lek, zeg, leg; enkele vormen als b.v: part. perf. gjzach, galaeh, maken eene uitzondering (zie hiervoor § 238).

§ 182. ch. Assimilatie van ch + s in nisa nichtje. ch + s wordt ss als in 't Nederl. in os, wassB enz. § 183. h. Prothesis in: hera vestibule (Kluge i. v. ahren), hö'vd oven.

h werd g in gjtlo'zj horloge.

h viel weg in: bo'tra/n boterham, manier mijnheer, Sbvanier Onze Lieve Heer.

Voor Qerm. li vinden we intervocalisch als overgangsletter j in: ïnrèija inrijgen (ohd. rihan), zèijbaor vergiet (van den stam v. het werkw. zijgen, ohd. sihan).

Bij de enclitisch gebruikte pronomina hij, hem, haar, het en 't lidw. het, is de articulatie der h zoo zwak, dat ze assimileerde aan den voorafgaanden medeklinker.

Tandletters.

§ 184. Apocope van d en t heeft plaats op 't woordeinde na medeklinker, behalve l, n, r.

§ 185. t. Epenthesis van t in: aosti azen (subst. mv. eenheid in 't spel), fa ruistj vernissen, laehto lachen, nësfo niezen, wóntJ wonnen (zie § 212), fristar frisscher en zoo soms in den compar. v. adjectiva op 5.

Paragoge van t in: bhikart blaker, glupart gluiper naast Ndl.

Sluiten