Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 202. 2. Bezittelijk Voornaamwoord.

Enkelvoud.

M. Vr. O.

1° Pers. mlna (man)) ; min (m)n); mi (nu).

2 Pers. dut) (dan)); dïn (dan); di (dj).

3' Pers. M. O. zuu (zin)); zin (z)n)\ zï (za).

3 Pers. Vr. haar) (hars); hiiör (har); hdör (har).

Meervoud.

M. Vr. O.

1 Pers. enz) (uzza); ens (us); cus (us).

2' Pers. eura (urn); eur (ur); eur (tir).

3 Pers. M. O. 1 , , ,

„ „ > hunna; hun-, hun.

3 Pers. Vr. f

Meervoud van alle geslachten: min (man)-, eus (us); din (dan); eur (ur); zin (za/i); hiiör (har); hun.

De vormen met volle vocaal worden alleen gebruikt, als er sterke nadruk op het pronomen ligt.

De 2" naamval wordt steeds omschreven, b.v: ma vdjar zan hoes, het huis mijns vaders.

Evenals bij het lidwoord en de bijv. naamw. behouden de vormen op a (uit ari) de n vóór klinkers of vóór d, t, h, b.v: mïnan appal, mlnan höf euzan das, manan tien.

Ook de onzijdige vormen op een vocaal eindigende, behouden n vóór klinkers en //, terwijl n vóór d en t even vaak gehoord wordt als wegblijft, b.v: man oer, zan hart, maar za dö'rap en zan dö'rap, et tan turtsa op naast èt ta turtsa op eet je taartje op.

De verwantschapsnamen vader, moeder, broeder, zuster, zwager, worden meestal voorafgegaan door de onz. pronom. vormen, b.v: mi (ma) vdjar, möjar enz. Zie voor een dergelijk verschijnsel elders in Limburg: Onze Volkstaal 11 pag. 254.

Zelfstandig gebruikt luiden de pron. poss.

Enkelvoud.

M. Vr. O.

1 Pers. da rnèina; da rnèin; (h)at mèint.

2' Pers. dan dèina; da dein; (h)at teint.

3e Pers. M. en O. da zèina; da zèin; (h)at seint.

3 Pers. Vr. den hüöra; da hiiör; (h)at haört.

Sluiten