Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op g en r (Ndl. z), hebben in den 2 " en 3" pers. sing. praes. ind. umlaut, zoodat ê tot öi wordt; de voorkomende verba zijn: bidrêgs bedriegen; bjdröigs, todröig; leg.) liegen; löigs, löig; vjrlerj verliezen; VJrlöis; vlcgJ vliegen; vlöigs, 1 'löig; vrcrj vriezen; vröis.

Bcj.i bieden, heeft in den 2" en 3"' pers. betijs, bcujt.

De verba met ë als stamklinker, wier stam eindigt op t, verkorten in den 2 " en 3 " pers. sing. den umlautsklank tot u, in den 2C" pers. pl. tot e, b.v: slëta sluiten; s/uts, slut, slet; sëtJ schieten; sufs, Sut, Set.

De verba met öc tot stamklinker verkorten eveneens hun stamklinker in den 2l" en 3" pers. sing. tot u: kroep3 kruipen; kraps, knip; zoepj zuipen; zups, zup; 2 pers. pl. króp en zóp.

De i 111 per. sing. heeft den klinker van den infin., terwijl de i 111 per. plur. gelijk is aan den 2" pers. pl. ind., b.v: slet, slet; kroep, króp.

De overige verba dezer klasse behouden hun stamklinker onveranderd.

Geheel of gedeeltelijk zwak zijn geworden:

böigJ buigen; böigi/<>, gjböig.

kczj kiezen; këzdd gjkö'zj.

rukj ruiken, rieken; riigds naast rö'k, gjró'kj.

söii'J schuiven; söivdd, gJsöif.

söifo schuilen; söildj, gjsöild.

snoiivj snuiven; snouvdj, gjsnouf.

zoekj zuigen; zoegdj, gjzö'kj.

brouw3 brouwen; brouw da, gjbrotiwd.

Afzonderlijke vermelding verdienen: flöits fluiten, en spröito spuiten, die in den 2 " en 3" pers. sing. en 2" pers. pl. praes. ind. hun vocaal verkorten: flöts, flöt; spröts, sprot, maar daarenboven zwak zijn: flöddj, gjf/ot; spröddJ, gjspiót.

§ 212. Klasse III. A. Stam eindigt op liquida + consonant.

Onfr. Ps: e — ci—u — 0.

Limb. Serm: e — a — 0 0.

Maastrichtsch: e(i"), è{t),ë' — o(oé),ö' — o(o'),o~ o(o),ó . b.v: he-hpi helpen; hoijp, lurljpj, gjlurbpj; sméltj smelten;

smo-lt, snwltJ gjsmo'ltj.

De verba, met e (r), of è (è') tot stamklinker, gevolgd door r

Sluiten