Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

analogie van löps, töp (v. hrupS). Praet. koch; pl. kochtj. Part. gjkoch.

Zcukj zoeken, wordt regelmatig vervoegd: zengdj, gjzenk.

Kennen, Leggen, Zeggen, Zetten.

§ 238. De praeterita van deze werkwoorden vertoonen »riickumlaut».

I nfin. zèggj, lèggj, 1 nd. praes. 1* p. sing. zèk, lek; 2e p. zèks, léks; 3e p. zet (uit sagid), lèk; 1« en 3e p. pl. zèggj, lèggj; 2e p. pl. zèk, lek. Praet. zach, lach-, plur. zachtj, lachtj. Part. gjzacli, gjlach.

Zèttd zetten. Praet. zat-, plur. zattj. Part. gjzat.

Ook kin >13 kennen, dat regelmatig zwak vervoegd wordt: kin dj, gjki/itl, vertoont een praet. met »riickumlaut«: kant, kantj, doch alleen in de beteekenis van kennen, terwijl de overige vormen ook voor kunnen voorkomen; zie § 222.

Opm. lu plaats van zachtJ, lachtj, kantj, zouden we verwachten zagi/j, lagth, katids, doch deze vormen zijn waarschijnlijk aan het Hoogduitsch ontleend; zie Kern: Limb. Serm. § 101.

Hebben.

§ 239. lnfin. Iiöbbj. Ind. praes. 1e p. sing. höb; 2e p. höbs; 3e P- het (uit hevet, havit)-, 1<- en 3e p. pl. höbbj; 2e p. höb. Praet. zooals in 't Ndl. Part. soms gogad naast gj/iad.

Een optatiefvorm vinden we nog in: hej hadde, hejahadden (met umlaut en overgang van d in j), b.v: hej iech 3t gjwritj hadde ik het geweten.

§ 240. Ho'h halen, spewb spelen, zwè'ito zweeten, vertoonen eenige afwijkingen:

hö'li heeft alleen o' in den infin. imp. sing. en den len en 3en pers. pl. praes. ind.; de overige vormen hebben ao; spewh heeft alleen in de genoemde vormen ew, overigens aö; zwè'itj verkort in den 2e" en 3e» pers. sing. praes. ind. en 2en pers. pl. è'i tot è, evenzoo in het imperf. en part. zwèts, zwèt, zwèdds, gjzwèt.

Sluiten